Opgebroken logo

Begrippenlijst

A

Algemene ontwerpprincipes

De algemene ontwerpprincipes gaan, (voorlopig) met uitzondering van de trein, op voor alle ontwerpopgaven op en rond het spoor. Door een consequente toepassing ontstaat overal een begrijpelijke beeldtaal voor alle reizigers. Deze beeldtaal is wat betreft de objecten op het station verder uitgewerkt in de Visie op Stations­outillage.

Architectenselectie

Procedure gevolgd bij het kiezen van een passende architect of ontwerper voor een ontwerpopdracht.

B

Bovenbouw

De spoorinfrastructuur is in te delen in een bovenbouw en onderbouw. De bovenbouw is over het algemeen generiek van aard en ingesteld op het materieel. De onderbouw is specifieker en zorgt voor de verankering in de omgeving.

branding

Helderheid bij welke vervoerder een behandeling met de OV-chipkaart wordt verricht.

C

Circulair

De circulaire economie draait om het slim gebruiken van grondstoffen, producten en goederen, zodat deze oneindig hergebruikt kunnen worden: een gesloten kringloop. Voor gebouwen betekent ‘circulair’ bijvoorbeeld dat materialen hergebruikt worden, maar ook dat het gebouw flexibel ingezet kan worden.

Collectiecheck

Met behulp van de collectiecheck kan (online) gekeken worden of een station deel uitmaakt van De Collectie en of er reeds een waardestelling beschikbaar is.

concessieverleners

Een concessie voor het openbaar vervoer is een pakket van lijnen en/of andere vervoersdiensten die een OV-autoriteit onder bepaalde voorwaarden exclusief aan een vervoerder toekent.

Conform Spoorbeeld

De term Conform Spoorbeeld  wordt gebruikt om aan te geven wanneer visies, deelvisies, kaders en ontwerpprincipes voldoen aan de algemene uitgangspunten van het Spoorbeeld. Het betekent dat zij ‘spoorbeeldproof’ zijn bevonden en een geode basis zijn voor het realiseren van de ambities van het Spoorbeeld op hun betreffende (deel)terreinen. Alle visies, deelvisies, kaders en ontwerpprincipes die via de beleidspagina’s van de Spoorbeeld website worden ontsloten, zijn Conform Spoorbeeld.

CRS

Client Requirement Specification

cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling

Een cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling maakt de cultuurhistorische betekenis van een station en zijn omgeving inzichtelijk. Het dient voor de spoorse partijen als vertrekpunt voor verdere planvorming in en rond het station.

D

De Collectie

Een verzameling van vijftig stations die een representatief beeld geeft van het gebouwenbezit van de Nederlandse Spoorwegen en ProRail. Het gaat om bijzondere gebouwen, stuk voor stuk met architectonisch unieke kenmerken, die de moeite waard zijn om te behouden. De uitraling van en aandacht voor De Collectie straalt ook af op alle andere Nederlandse stations, niet onderdeel van deze verzameling van vijftig

De Inktpot

De Inktpot is het grootste bakstenen gebouw in Nederland, ontworpen door architect George Willem van Heukelom in opdracht van de belangenmaatschap Nederlandsche Spoorwegen. Het inmiddels rijksmonument, gebouwd tussen 1918 en 1921, ligt aan het Moreelsepark, vlakbij Station Utrecht Centraal. Het wordt gebruikt als hoofdkantoor van ProRail.

Deelvisies

Deelvisies zijn een nadere uitwerking van de Spoorbeeldvisie. Ze vertalen op logische wijze de algemene visie naar specifieke thema’s en ontwerpopgaven. Voorbeelden zijn het Stations­concept en de Visie op Stations­outillage.

Droogmakerijen

Droogmakerijen vertegenwoordigen met hun rationele en grootschalige verkaveling de internationale reputatie van Nederlanders als de makers van hun eigen land. In de negentiende eeuw werden nauwelijks spoorlijnen door dit landschap aangelegd. Met name recent aangelegde lijnen door de Haarlemmermeerpolder en de Flevopolders geven treinreizigers de mogelijkheid de droogmakerijen te ervaren.

E

Ensemble

Term voor een aantal objecten of gebouwen die samen een ruimtelijk en/of organisatorisch geheel vormen.

F

Forensenstation

Een station dat in hoofdzaak gebruikt wordt forensen: zij die (dagelijks) pendelen tussen wonen en werken.

Functionele planners

De term Functionele planners is een door NS gehanteerde typeomschrijving waarmee verschillende soorten reizigers worden geduid. Functionele planners zijn georganiseerd, rustig en doelgericht, Ze hebben alles onder controle en zijn veelal jong(er) en werkend. Ze reizen doorgaans voor werk of zakelijke doeleinden. Veelal 2de klas maar vaker dan gemiddeld 1ste klas. Ze weren in de trein of overleggen met collega’s. Ze kennen het reizen met de trein door en door en behoeven dus weinig voorbereiding op hun reis. Hoogstens checken ze op hun werk de actuele vertrektijden.

G

Gemakszoekers

De term Gemakszoekers  is een door NS gehanteerde type-omschrijving waarmee verschillende soorten reizigers worden geduid. Gemakszoekers  zijn zorgeloos, ontspannen, ‘easy going’, spontaan, positief. De groep bestaat uit relatief veel jongeren en ouderen (60+). Ze reizen naar school of gebruiken de trein voor vakantie of een uitstapje. In de trein luisteren ze naar muziek, bellen ze of vermaken ze zich met reisgenoten. Ze plannen hun reis vlak voor vertrek of zelfs tijden de reis. Ze krijgen de reisinformatie graag aangedragen.

Generiek

Onder generiek vallen die objecten en elementen die mensen nodig hebben om per trein te kunnen reizen: van bewegwijzering tot een heldere indeling van stations. De gewenste ervaring wordt bereikt door het toepassen van generieke principes en richtlijnen voor ordening en vormgeving. De spoorbeeldkernwaarden en het perspectief van de reiziger vormen altijd het vertrekpunt.

Gezelligheidszoekers

De term Gezelligheidszoekers is een door NS gehanteerde typeomschrijving waarmee verschillende soorten reizigers worden geduid. Gezelligheidszoekers zijn vrolijk, vriendelijk, positief en spontaan. In de trein staan ze open voor contact. In het algemeen gaat het om vrouwen in alle leeftijden. Ze bezoeken familie/vrienden of gaan winkelen. Meestal reizen ze buiten de spits. In de trein kijken ze uit het raam of vermaken zich met reisgenoten. ZE plannen hun reis ruim van te voren en hebben hun reisinformatie bij de hand.

H

Het Protocol

Document waarin de (werk)afspraken tussen NS, ProRail en Bureau Spoor­bouwmeester zijn vastgelegd.

Heuvellandschap

Het heuvellandschap is alleen te vinden in Zuid-Limburg. Hier is het relief zo groot dat het bij de aanleg van het spoor niet genegeerd kon worden. De spoorlijn volgt dus de contouren van het landschap. Net als in het zandlandschap wisselen open en dichte delen elkaar af. Het relief en de bochten in de spoorlijn geven een extra dimensie. Op de plekken waar het traject in ruime bochten slingert over de hooggelegen plateaus, heeft de treinreiziger een weids uitzicht over het Limburgse heuvelland met akkerbouw, dorpen en klassieke boerderijen.

Hoogveenontginning

Hoogveenontginningen zijn grootschalige, rationeel verkavelde gebieden. Een al even rationele wegen- en beplantingsstructuur deelt het landschap op in landschapskamers. Treinreizigers krijgen dit landschap sporadisch te zien. Dan kunnen ze wel genieten van bijzondere vergezichten in een rustige omgeving.

I

Individualisten

De term Individualisten is een door NS gehanteerde typeomschrijving waarmee verschillende soorten reizigers worden geduid. Individualisten zijn zelfbewust, zakelijk en statusgevoelig. Ze zijn ouder en vaker niet (meer) werkend. Tweederde reist recreatief, eenderde reist zakelijk of van en naar werk. Hij/zij heeft een voorkeur voor de 1e klas. Individualisten lezen of werken graag in de trein. Ze plannen hun reis vooraf en hebben reisinformatie bij de hand.

InfoPlus

InfoPlus is een project van NS en ProRail om een kwaliteitsverbetering in de informatievoorziening richting verschillende (reizigers)groepen en gebruikers van het Spoor te realiseren.

K

Kaders

Kaders zijn richtinggevende uitgangspunten voor de toepassing van visies en deelvisies binnen een ontwerpopgave.

Karakteristiek

Een van de kernwaarden van het Spoorbeeld. De andere kernwaarden zijn toegankelijkmenselijk en vertrouwd.

Kernwaarden

Het Spoorbeeld hanteert vier kernwaarden. Zij vormen het hart van het Spoorbeeld. Samen zorgen ze voor een aantrekkelijke reisomgeving en comfort voor de reiziger.

Kernwaarden

De vaste identiteitskenmerken van het spoor, vervat in de begrippen toegankelijk, menselijk, vertrouwd en karakteristiek. De kernwaarden vormen de basis voor alle visies, kaders en ontwerpuitgangspunten van het Spoorbeeld. Ze zijn relevant voor alle ontwerpopgaven binnen het spoor: op ieder schaalniveau en binnen elk routeonderdeel.

Kustzone met strand en duinen

De duinen kenmerken zich door een opvallend relief, een veelal ruige natuur en zand. Vanuit de trein kan dit ongerepte landschap bijvoorbeeld op weg naar Zandvoort, Hoek van Holland en Castricum worden beleefd. De geestgronden tussen Haarlem en Leiden vormen een geval apart. Hier is het duingebied volledig afgevlakt voor de bollenteelt. In het voorjaar – als de bollen in bloei staan – zorgt voor een heel bijzondere beleving vanuit de trein.

L

Levensverrijkers

De term Levensverrijkers is een door NS gehanteerde typeomschrijving waarmee verschillende soorten reizigers worden geduid. Levensverrijkers gebruiken de trein vaak voor werk of zaken. Reist veel in de spits, doorgaans in de 2e klas. Werkt graag in de trein. Bereid zich vlak voor vertrek of helemaal niet voor op de reis. Levensverrijkers zijn doorgaans onafhankelijk, flexibel, trendy, maar ook zakelijk. Jong(er), hoog opgeleid, werkt. Ze gebruiken de website, pda of sms om reisinformatie op te vragen.

Loopverbindingszone

De loopverbindingszone zorgt voor een snelle navigatie en doorstroming tussen stationsentree en treinperrons. Het is, duidelijk herkenbaar, de snelste route van en naar de trein. De zone maakt deel uit van alle domeinen, maar heeft daarbinnen een bijzondere eigen status.

Lustreizigers

De term Lustreizigers is een door NS gehanteerde term om reizigers te categoriseren. Lustreizigers zijn meer incidentele reizigers die doorgaans reizen met  sociaal en recreatieve motieven. Tijd speelt bij lustreizigers een minder prominente rol. Lustreizigers hechten meer waarde aan het gemak en comfort van de reis.

M

Menselijk

Een van de vier kernwaarden van het Spoorbeeld. De andere kerwaarden zijn toegankelijkvertrouwd en karakteristiek

Mustreizigers

De term Mustreizigers is een door NS gehanteerde term om reizigers te categoriseren. Mustreizigers reizen regelmatig en planmatig met de trein, zoals forenzen. Mustreizigers eisen vooral een snelle en betrouwbare dienstverlening. Doelgerichtheid en tijd spelen voor hen een belangrijke rol.

N

Nieuwe Sleutelproject

De grootschalige ontwikkelingsplannen voor zes stations waar hogesnelheidstreinen (HST) in de toekomst stoppen en hun omgeving: Amsterdam Zuidas, Arnhem, Breda, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.

NSP

Afkorting voor Nieuwe Sleutelprojecten: de grootschalige ontwikkelingsplannen voor zes stations waar hogesnelheidstreinen (HST) in de toekomst stoppen en hun omgeving: Amsterdam Zuidas, Arnhem, Breda, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.

O

Omgevingsdomein

Een van de vier stationsdomeinen uit het Stations­concept. Het omgevingsdomein zorgt dat vertrekkende treinreizigers het station veilig, soepel en gemakkelijk kunnen vinden en arriverende treinreizigers hun fiets, auto en het aansluitende lokaal en regionaal openbaar vervoer.

Omgevingspartijen

Verzamelnaam voor alle niet-spoorse partijen die al dan niet indirect bij spoorse opgaven betrokken partijen zijn, zoals gemeenten en provincies. 

Onderbouw

De spoorinfrastructuur is in te delen in een bovenbouw en onderbouw. De onderbouw is een afgeleide van de omgeving. Het hangt samen met de grondsoort en staat van de ondergrond, de waterstand of een alternatieve (hogere) ligging als gevolg van het kruisen met andere infrastructuur of de ontmoeting met (stedelijke) bebouwing. De bovenbouw is over het algemeen generiek en ingesteld op het materieel. De onderbouw is specifieker en zorgt voor de verankering in de omgeving.

Ontsnippering

Het terugdringen en herstellen van de versnippering van natuurgebieden die met de tijd als gevolg van doorsnijdingen door infrastructuur of ander gebruik is ontstaan. Vaak gaat het om het verbinden van bestaande biotopen door middel van het creëren van nieuwe natuurlijke verbindingen of het slechten van barrières. 

Ontvangstdomein

In het ontvangstdomein worden de reizigers in het station ontvangen en verwelkomd. Vertrekkende treinreizigers bereiden zich hier voor op de reis. In het ontvangstdomein treffen zij op vanzelfsprekende wijze alle noodzakelijke informatie voor hun reis. Ook kopen zij hier hun vervoerbewijs. Reizigers ervaren het ontvangstdomein als opgeruimd, helder en overzichtelijk. Dit borgt een soepele overgang naar de reis. Het ontvangstdomein is de plek om af te spreken met reisgenoten en afscheid te nemen.

Ontwerpprincipes

Het Spoorbeeld onderscheidt algemene ontwerpprincipes en toegepaste ontwerpprincipes. Algemene ontwerpprincipes gaan, (voorlopig) met uitzondering van de trein, op voor alle ontwerpopgaven op en rond het spoor. Toegepaste ontwerpprincipes geven binnen de routeonderdelen per thema of opgave nadere uitwerking aan (deel)visies en/of kaders van het Spoorbeeld. Ontwerpprincipes zijn bindende uitgangspunten en richtlijnen voor het ontwerp.

Open water

Open water is in Nederland volop aanwezig. Toch is het vanuit de trein maar twee keer goed te zien: bij het Gooimeer en bij het Hollands Diep ter hoogte van bij Moerdijk. Met de aanleg van de HSL is er een tweede Moerdijkbrug toegevoegd waardoor het mooiste uitzicht is voorbehouden aan HSL-reizigers. Reizigers die in veel grotere getale over de oude brug reizen, hebben uitzicht over het rivierenlandschap.

OV-Terminal

Openbaar Vervoer terminal, benaming voor een groot station, zowel in omvang als reizigersaantallen, waar veel verschillende modaliteiten samenkomen: trein, bus, taxi, tram/metro.

OVCP

Afkorting voor OV-Chipkaart en Poortjes op stations.

OVS

normen en richtlijnen voor de bouw van spoorwegen in Nederland; Ontwerp Voorschriften Spoorwegen

P

PHS

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. Project van ProRail en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) gericht op de realisatie van hoogfrequent spoorvervoer op de drukste trajecten van Nederland.

Productformule

Een productformule staat voor de kenmerken van een product, die het product onderscheiden van overige, soortgelijke producten. Een treinproductformule bestaat uit een programma van eisen waarin is vastgelegd welke prestaties het vervoer moet leveren, welke bijhorende voorzieningen op de stations worden geboden, welke reisinformatie moet worden gegeven en hoe deze aspecten eruit moeten zien. De uiterlijke kenmerken bevestigen de kwaliteit van het product en zijn kloppend met het beoogd gebruik. Door de productformule zien en ervaren de reizigers in n keer dat zij te maken hebben met een stoptrein, intercity of langeafstandstrein.

R

Reisdomein

Een van de stationsdomeinen uit het Stations­concept. Het reisdomein staat in het teken van het gemakkelijk en efficiënt verplaatsen van en naar de trein. Het bedient zowel aankomende als vertrekkende reizigers.

Rivierenlandschap

Het rivierenlandschap kenmerkt zich door een grootschalige lineaire structuur van open en meer besloten gebiedsdelen. Langs de rivieren liggen open uiterwaarden. Achter de dijken liggen de meer besloten oeverwallenlandschap. Nog verder van de rivier ligt het open komgebied. Omdat er in het rivierengebied sprake is van een bundel van verschillende rivieren, herhaalt dit patroon zich een paar keer. De beleving van een treinreis door het rivierenlandschap wordt sterk bepaald door de richting waarin men reist. Haaks op de rivieren ziet de reiziger in een dwarsdoorsnede de karakteristieke opbouw van het rivierenland. Parallel aan de rivieren is vooral een van de deellandschappen bepalend voor het uitzicht. Op de plekken waar de reiziger de rivier kruist en overziet vanaf de spoorbrug, is de kwaliteit van het rivierenlandschap echt goed zichtbaar. Het vrije uitzicht, de grote overspanning en de spoorbrug zelf vormen letterlijk een hoogtepunt op de trajecten die de rivieren kruisen.

Routedenken

Uitgangspunt van het Spoorbeeld waarbij gedacht wordt vanuit de beleving van de reiziger gedurende het gehele traject van zijn of haar reis – van deur tot deur – en de raakvlakken met de omgeving.

Routeonderdeel

Het Spoorbeeld onderscheidt vijf routeonderdelen: station en stationsomgeving, spoor en spooromgeving en de trein. Samen omvatten zij de gehele reiservaring.

routing

De vindbaarheid van de juiste voorzieningen, ondersteund door goede routing-elementen.

RSB

Project van ProRail en NS rond de realisatie van stations en halte gebonden Routing, Signing en Branding voor het gebruik van OV-chipkaart.

RSS

De term RSS staat voor Really Simple Syndication. Het is een makkelijke manier om automatisch op de hoogte te blijven van nieuws op sites.

S

Samengestelde steden

Een samengestelde stad bestaat uit een conglomeraat van verschillende steden en kernen. Woningbouw, kantoren, kerktorens en verschillende (historische) kernen domineren het beeld. Tegelijkertijd is de samengestelde stad gelardeerd met stadsparken, bossen, natuurgebieden, meren en andere landschappelijke elementen die vaak een recreatieve functie hebben. Infrastructuur, zendmasten, energiecentrales, hoogspanningsleidingen, industrie, distributie en bedrijventerreinen bepalen het beeld van de samengestelde stad. Een blik op de snelle opeenvolging van de meest uiteenlopende landschappelijke en stedelijke gebieden is karakteristiek voor een reis door een samengestelde stad.

Signing

Zichtbaarheid en in een oogopslag kunnen zien of van de juiste voorziening van de juiste vervoerder en/of de juiste modaliteit gebruik wordt gemaakt.

SITS

Afkorting voor de visie Stations­concept In Tijdelijke Situaties.

Solitaire steden

Een solitaire stad is een zelfstandig aaneengesloten bebouwd gebied met meer dan 20.000 inwoners. Solitaire steden hebben meestal een duidelijke kern en worden rondom begrensd door landschappen met een substantiele maat. Daardoor is de solitaire stad duidelijk herkenbaar als een zelfstandige eenheid. Het stadsgezicht, het beeld van de stad gezien vanuit de omgeving, speelt een belangrijke rol. Treinreizigers kijken opzij en zien de stad niet van verre al liggen. Het contrast tussen stad en ommeland wordt echter maximaal beleefd: de afstand in tijd tussen bijvoorbeeld een weiland met koeien en een groot station naast een historische binnenstad is soms maar twee minuten.

Solitaire werklandschappen

Een solitair werklandschap is een gebied dat ruimtelijk noch functioneel bij een stad hoort. Vliegvelden, havengebieden en raffinaderijen behoren tot deze categorie vallen. Er domineert doorgaans een in het oog springende functie. De schaal van de gebouwen en constructies zijn door hun omvang zeer indrukwekkend. De infrastructuur is aangepast aan de specifieke situatie. Het ongewone geheel heeft door zijn afwijkende verlichting ook in de nacht een intrigerende, soms surrealistische uitstraling. De werklandschappen zijn vaak aangesloten op het netwerk van goederenspoor. Een aantal emplacementen en rangeerterreinen, zoals Kijfhoek en Onnen, vormen solitaire werklandschappen op zichzelf. Voor de treinreiziger zijn deze gebieden slechts zelden te zien. Waar dat wel mogelijk is, trekt het altijd de aandacht.

Specifiek

Specifiek zijn die elementen in de spooromgeving die de plek en/of de route een eigen karakter geven. Dan gaat het bijvoorbeeld om de wijze waarop het spoor het landschap doorsnijdt, de stedenbouwkundige inpassing van spoor en station in stad, dorp of wijk, het stedelijk interieur rond stations en de stationsarchitectuur maar ook om de bruggen, tunnels, geluidsschermen en viaducten op de route. De gewenste ervaring wordt bereikt door maatwerk te leveren en in te spelen op de specifieke kenmerken van de omgeving.

Spoorbaan

Tot het spoorbaan behoren de rails en de direct omliggende infrastructuur van spoorsloten, hekwerk, schakelkasten, spoordijk, afschermingen en geluidsschermen. Ook reserveringen voor toekomstige ontwikkeling, rangeerterreinen en civiele kunstwerken worden tot de spoorbaan gerekend.

Spooromgeving

Tot de spooromgeving behoren alle landschappen die de spoorlijn kruist, inclusief het overgangsgebied tussen die omgeving en spoorbaan. In het overgangsgebied  gaat het bijvoorbeeld om geluidschermen en andere afschermingen. Ook civiele kunstwerken worden tot de spooromgeving gerekend.

Spoorse partijen

Alternatieve term voor de spoorsector. Verzamelnaam voor de partijen die samen het karakter van het spoor bepalen.

Spoorsector

Binnen het Spoorbeeld gebruikt als verzamelnaam voor alle partijen die samen het karakter van het spoor bepalen. Traditioneel de benaming voor de combinatie ProRail en NS.

Standaardstation

Type station dat zowel voor als na de oorlog als 'doodgewoon' station seriematig werd gebouwd.

Stations­concept

Het Stations­concept is een deelvisie van het Spoorbeeld. Het benoemt de vaste kenmerken en kwaliteiten van het station en organiseert deze in vier stationsdomeinen.

Stationsdomeinen

De stationsdomeinen ordenen functies en voorzieningen naar de behoefte van de gebruikers op hun route naar en door het station. Elk domein heeft een eigen rol in het bereiken van de gewenste ervaring. Idealiter kent elk station vier stationsdomeinen: een omgevingsdomein, een ontvangstdomein, een reisdomein en een verblijfdomein. De domeinen worden met elkaar verbonden door de loopverbindingszone. Deze zone is overal duidelijk herkenbaar en vindbaar en voorziet in een snelle, veilige transfer.

Stationsensemble

Een ruimtelijk en/of organisatorisch geheel van gebouwen en objecten op en rond het station. Een stationsensemble omvat meestal stationsgebouw, perrons, traversen, seingebouwen, etc.

Stations­outillage

Verzamelnaam voor alle inrichtingsobjecten in het ontvangst-, reis-, en verblijfsdomein alsmede in de loopverbindingszone met uitzondering van OVCP en de retail in het ontvangst- en verblijfdomein.

Stationswerkplaats

Een werkvorm, georganiseerd door ProRail en NS en gericht op spoorse partijen en omgevingspartijen, die helpt bij het implementeren van het Stations­concept. Bedoeld om bij opgaven op en rond het station de verschillende betrokken partijen in een zo vroeg mogelijk stadium bij elkaar te brengen en samen tot concrete producten te komen.

Stuwwallenlandschap

Het stuwwallenlandschap is reliefrijk en voor een groot deel bebost, met hier en daar een plukje heide en een beperkt areaal landbouwgrond. Hier liggen de grootste aaneengesloten natuurgebieden van het land. Per trein is het bosrijke karakter goed waarneembaar. Het voor Nederlandse begrippen grote hoogteverschil wordt vanuit de trein vooral beleefd doordat de spoorlijn insnijdt in de stuwwallen. Hoge en steile taluds aan weerszijden van het spoor zijn dan zichtbaar.

T

Terpenlandschap

Het terpenlandschap is te vinden in het noorden van het land. Onregelmatig verkavelde open gebieden met kronkelende dijken en kreken worden afgewisseld met terpdorpen. Nagenoeg alle spoorlijnen liggen hier kaarsrecht in het landschap. Desondanks zijn ze nauwelijks zichtbaar. Dit komt door de ligging op maaiveld en het ontbreken van bovenleiding: veel lijnen zijn niet gelektrificeerd.

Toegankelijk

Een van de vier kernwaarden van het Spoorbeeld. Andere kernwaarden zijn menselijk, vertrouwd en karakteristiek.

Toolkit RSB

is een samenhangend en consistent systeem met criteria voor de landelijke en uniforme toepassing van routing, signing en branding van alle OV-chipkaartvoorzieningen binnen het stationsgebied. Te weten : De check in/check out-paaltjes, poortjes, overstappunten, kaartautomaten, oplaadpunten en bewegwijzering.

Transfergebied

Het gebied, doorgaans in het station,  waar de transfer plaatsvindt: het uit, in en overstappen door de reizigers. Valt grotendeels samen met het reisdomein.

Treinproductformules

Een treinproductformule bestaat uit een programma van eisen waarin is vastgelegd welke prestaties het vervoer moet leveren; welke bijhorende voorzieningen op de stations worden geboden; welke reisinformatie moet worden gegeven; en hoe deze aspecten eruit zien. Dankzij de treinproductformule zien en ervaren de reizigers in één keer dat zij te maken hebben met een regionale trein, nationale/intercitytrein of internationale/lange afstandstrein.

V

Vaste identiteitsdragers

De vaste identiteitsdragers behoren tot de station outillage: de generieke inrichtingselementen van het station zoals banken , reclamedragers, paviljoens. Ze vormen de basis van een veld en bepalen op het station in hoge mate de herkenbaarheid van dat veld.

Veenweidegebied

Het veenweidegebied staat model voor het iconische Hollandse landschap: langgerekte stroken grasland met koeien. Het land is erg nat. De waterstand is hoog. Dit verklaart de vele sloten. Het veenweidegebied is een zeer open landschap, ingekaderd door beplanting rondom dorpen en langs dijken en wegen. Weinig spoorlijnen doorkruisen dit landschap vanwege de onzekere grondslag. De trajecten die wel gerealiseerd zijn, bieden een uniek zicht op het natte en open karakter van het veenweidegebied.

Veld

Velden zijn plekken die een specifieke functie ondersteunen en die daartoe zijn ingericht met bepaalde objecten. Ze hebben een vaste volgorde die de logica van de aankomende en de vertrekkende reizigers volgt. Velden zijn een nadere uitwerking van de stationsdomeinen en worden omschreven in de Visie op Stations­outillage.

Verblijfsdomein

Een van de vier stationsdomeinen uit het Stations­concept. Het verblijfdomein biedt de mogelijkheid om 'lege tijd' om te buigen in waardevolle tijd. Reizigers ervaren het als een comfortabel wachtgebied.

Vertrouwd

Een van de vier kernwaarden van het Spoorbeeld. De andere kernwaarden zijn toegankelijkmenselijk en karakteristiek

Voor- en natransport

Verzamelnaam voor andere wijzen van vervoer dan de trein die de reiziger tussen het startpunt van zijn of haar reis en het station, en tussen het station en de bestemming gebruikt. Dit kan zowel eigen als openbaar vervoer zijn.

W

Waardebepaling

Een cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling maakt de cultuurhistorische betekenis van een station en zijn omgeving inzichtelijk. Het dient voor de spoorse partijen als vertrekpunt voor verdere planvorming in en rond het station.

Waardestelling

Een onderzoek waarmee de cultuurhistorische betekenis van een station en zijn omgeving inzichtelijk wordt gemaakt. Het dient voor de spoorse partijen als vertrekpunt voor verdere planvorming in en rond het station.

Waardestellingcheck

Met behulp van de waardestellingcheck kan (online) gekeken worden welke waardestellingen beschikbaar zijn, en vind je een link naar de meest actuele documenten.

Z

Zandlandschap

Het zandlandschap kenmerkt zich door kleinschalige afwisselend open landbouwgebieden en gebieden die door bos of andere opgaande beplanting een besloten karakter hebben. Bebouwing in grote en kleine clusters is overal te vinden. Water speelt nauwelijks een zichtbare rol in het landschap. Hier en daar kruist de trein een beek of een kanaal. Treinreizigers hebben in dit gevarieerde landschap altijd wat anders om naar te kijken. Door de afwisseling van open en dichte gebieden langs het spoor zijn de panoramas maar kort te beleven. Door de stevige, relatief vlakke ondergrond en de aanwezigheid van veel woeste gronden ten tijde van de aanleg, was het realiseren van spoorwegen hier relatief gemakkelijk, hetgeen heeft geleid tot veel lange rechtstanden in de lijnvoering.

Zeekleipolders

De zeekleipolders vormen een open, vaak grootschalig landschap met contrasterende grillig verlopende elementen zoals dijken, kreekruggen en oude geulen. De spoorlijn in dit vlakke landschap kenmerkt zich vaak door lange rechtstanden, die de grillige elementen doorsnijden.

Zekerheidszoekers

De term Zekerheidszoekers is een door NS gehanteerde typeomschrijving waarmee verschillende soorten reizigers worden geduid. Zekerheidszoekers zijn vriendelijke, open, geduldige, sociaal en betrokken reiziger. Meestal zijn het vrouwen, in alle leeftijdscategorieën. Ze reizen recreatief en soms voor woon-werk. Ze reizen altijd 2de klas, lezen graag in de trein of kijken naar buiten. De reis wordt zorgvuldig en ruim van tevoren gepland. Ze hebben hun reisinformatie altijd bij de hand en blijven om bevestiging zoeken, het liefst bij personeel.