Station Amsterdam Bijlmer - Foto: Jannes Linders

Station

Definitie en opgave station

Het station

Onder het station worden die plekken en gebouwen verstaan waar de trein stopt en reizigers in, uit of overstappen. Het station markeert het begin of eindpunt van de (trein)reis. Tot het station behoren de plekken voor ontvangst, reis en verblijf. Daarnaast heeft het station een directe wisselwerking met de omgeving. Stations hebben een duidelijk publiek karakter.

De opgave

Doel is om bij alle stationsprojecten – van groot tot klein – te werken vanuit een brede visie op de totale opgave: integraal, bewust van de context, de noodzakelijke functionaliteit en de beleving van aankomende en vertrekkende reizigers.

Algemene visie station

Schakels in de omgeving

Stations kennen een grote diversiteit in verschijningsvorm. Deze diversiteit draagt bij aan de identiteit van het spoor. Gecombineerd met een heldere ordening en herkenbare inrichtingselementen zorgt dit voor vertrouwen bij de reiziger. Samen met hun omgeving zijn stations ook  de schakels die de stad, het dorp, de wijk of de regio met het reisnetwerk verbinden. Ze organiseren op een logische en samenhangende wijze de overgang tussen herkomst, bestemming en de reis: functioneel, ruimtelijk en met oog voor de beleving van de reizigers. Stations en de stationsomgeving zijn vaak meer dan alleen de plek waar de reiziger aankomt of vertrekt. De concentratie en aard van voorzieningen in en om het station maakt dat stations soms ook een bestemming op zichzelf zijn. Bovendien is het station in stad of dorp vaak een corridor om van de ene naar de andere kant van het spoor te komen. 

Diversiteit en herkenbaarheid

Stations zijn er in alle soorten en maten. Per station verschilt het gebruik, de architectuur, de inrichting, de omvang en de relatie tussen station en omgeving. Deze verscheidenheid is een belangrijke kwaliteit. Het draagt bij aan de identiteit van het spoor en helpt de reiziger bij zijn oriëntatie. Daarom vormen de architectuur, de historische waarde van stationsgebouw en omgeving en de ruimtelijke context een belangrijk vertrekpunt voor de ontwerpopgaven in en rond het station. Kunst, maatwerk voor interieur en meubilair kunnen de verscheidenheid versterken. Naast de verscheidenheid bevat ieder station ook generieke onderdelen. Zo zorgt een combinatie van heldere ordening in stationsdomeinen en velden met herkenbare, consistent en consequent toegepaste inrichtingselementen voor vertrouwen bij alle reizigers.

Toekomstvisie

Om de eigenheid en verscheidenheid te behouden en optimaal ruimte te geven aan de ontwikkelingen van en rond het station, dient aan ieder stationsproject een integrale, toekomstgerichte visie ten grondslag te liggen. De gewenste ervaring van de reiziger en de omgeving staan daarbij centraal. 

Gewenste ervaring van het station

Reizigers­perspectief

Stations zijn toegankelijk, overzichtelijk en laagdrempelig. De reiziger kan zich zelfstandig en gemakkelijk door het station bewegen. Hij ervaart het station als een plek met een eigen identiteit: een plek die je verder brengt en waar je thuis kunt komen. Reizigers worden in het station geïnspireerd door de verschillende mogelijkheden die het biedt. Het station nodigt uit om mensen te ontmoeten en nieuwe dingen te ontdekken (bijvoorbeeld sport, kunst, cultuur, literatuur). Het stimuleert de voorpret van de reis; het bezoeken van vertrouwde en ontdekken van nieuwe bestemmingen. Ook nodigt het uit om te onderzoeken wat de lokale omgeving en gemeenschap te bieden hebben. Horeca, cultuur en bijzondere winkels leveren daar een belangrijke bijdrage aan. Lokaal gebonden winkels en voorzieningen versterken bovendien een voor de reizigers herkenbare ‘couleur locale’ van het station.

Omgevings­perspectief

In de stationsomgeving c.q. het omgevingsdomein is het station duidelijk herkenbaar. De architectuur geeft het station een eigen karakter en voegt tevens waarde toe aan de stationsomgeving. Hetzelfde geldt voor de voorzieningen in het publiek toegankelijke ontvangstdomein en verblijfdomein. Samen zorgen station en stationsomgeving voor een goede bereikbaarheid en ontsluiting van wijk, dorp, stad of regio. Daarbij vormt het station soms ook een belangrijke verbinding tussen twee stads- wijk of dorpshelften.

Kernwaarden station

Toegankelijk

Het station is een publieke voorziening. Daarom is het uitnodigend en laagdrempelig van aard. Om de reis zo goed mogelijk te laten verlopen, is het gehele station overzichtelijk en makkelijk te begrijpen, inclusief alle middelen en voorzieningen om te kunnen reizen. Dit zorgt voor optimaal gebruiksgemak bij de reizigers.

Menselijk

Het station is er voor iedereen. Reizigers kunnen zich makkelijk en zelfstandig bewegen. Een menselijke maat zorgt voor een prettig en veilig gevoel. Ook het gebruik van middelen en voorzieningen is eenvoudig. Het station anticipeert op de wensen en behoeften van de verschillende typen reizigers. Hierdoor voelt iedere reiziger zich thuis en welkom.

Vertrouwd

Het station geeft reizigers vertrouwen, ook in een voor hun (nog) vreemde omgeving. Het biedt herkenning en alles wat mensen nodig hebben om per trein te kunnen reizen. Vertrouwd zijn de indeling in domeinen, de loopverbindingszone, de velden, de vaste identiteitsdragers en de route en informatiedragers van het spoor.

Vertrouwd zijn: de ordening van alle voorzieningen en de vormgeving van de reisgerelateerde voorzieningen, de ordening van alle informatie en de vormgeving van de reisgerelateerde informatie.

Karakteristiek

Het station geeft ruimte aan eigenheid en verrassing en laat zich inspireren door de plek. Karakteristiek zijn de omgeving (architectuur, stedelijk interieur, stad en landschap) en de elementen daarbinnen die de plek een herkenbare, eigen identiteit geven. De bestaande stationsarchitectuur, de ruimtelijke context en de cultuurhistorische waarde vormen het vertrekpunt voor de ontwerpopgaven van en binnen stationsgebouwen. Karakteristiek zijn ook de maatwerkopgaven voor interieurdelen, meubilair en de toepassing van kunst. Het lokale karakter van stations keert ook terug in de branchering, de organisatie van evenementen en decoratie.

Karakteristiek zijn: de stationsarchitectuur, de historische context, de relatie tussen station en omliggende bebouwing en structuren, specifieke interieurs en meubilair, kunst, (lokale) ondernemers en maatwerk in de branchering, uitzicht, het lokale karakter, branchering, evenementen, decoratie.

Deelvisies station

Het Stations­concept

Het Stations­concept is het vertrekpunt voor alle stationsopgaven: nieuwbouw, verbouw, inrichting en beheer in en rond het station. Het ordent het station in herkenbare domeinen. Doel is het vergroten van het comfort, de beleving en het reisplezier van de reiziger.

Het Stations­concept beschrijft de gewenste beleving, uitstraling en inrichting van stations. Het benoemt de vaste kenmerken van het station en redeneert vanuit de wensen en behoeften van de reizigers. Zo heeft ieder station twee gezichten: één voor aankomende en één voor vertrekkende reizigers. Ook wordt ieder station zó georganiseerd dat reizigers mentaal geïnspireerd worden door de mogelijkheden die de omgeving en de reis te bieden hebben. Bovendien heeft elk station een kenmerkend publiek karakter. Om goed in te kunnen spelen op de wensen en behoeften van de reizigers, onderscheidt het Stations­concept vier belevingsdimensies: ontdekken bij vertrek, inspireren bij de reis, verwelkomen bij aankomst en uitnodigen bij de omgeving. Maar bovenal brengt het een vertrouwde ordening aan in stationsdomeinen: een omgevingsdomein, een ontvangstdomein, een reisdomein en een verblijfsdomein. De domeinen ordenen functies en voorzieningen naar de behoefte van de gebruiker op de route door het station. Zo dragen ze bij aan het bereiken van de gewenste ervaring.

Visie Stations­concept in tijdelijke situaties

De Visie Stations­concept in tijdelijke situaties (SITS) dient als handleiding bij de verbouwing van stations. Het stimuleert dat stations ook tijdens verbouwingen de gewenste ervaring oproepen.

Onderhoud, nieuwe voorzieningen, aanpassingen, verbeteringen: ze horen bij het spoor. Natuurlijk hebben ook stations hiermee te maken. Soms zijn verbouwingen groot en ingrijpend. Veel vaker gaat het om kleine ingrepen. Tijdens verbouwingen, zowel groot als klein, blijven stations doorgaans gewoon open. Reizigers moeten immers elke dag op een goede manier naar hun bestemming kunnen. Dat impliceert dat eventuele overlast tot een minimum moet worden beperkt. Ook tijdens verbouwingen dienen veiligheid, bereikbaarheid, structuur, herkenbaarheid en gemak voor de reiziger gegarandeerd te zijn. Het Stations­concept in tijdelijke situaties (SITS) helpt hierbij. Op basis van het Stations­concept stuurt het op de inrichting en uitstraling bij stationsverbouwingen. Het heeft aandacht voor thema’s als comfort, beleving en reisplezier. Opgesteld als handleiding biedt het houvast aan opdrachtgevers en opdrachtnemers bij de verbouwing van stations. Zo wordt ook in tijdelijke situaties de vertrouwde ordening en vormgeving van functies en (informatie)voorzieningen geborgd.

Visie op Stationserfgoed

De spoorsector voelt zich als eigenaar van de stations in Nederland verantwoordelijk voor de maatschappelijke waarde van dit vastgoed. Zowel oud als jong stationserfgoed verdient bijzondere aandacht. Cultuurhistorische waardestellingen en De Collectie spelen hierin een belangrijke rol.

De spoorsector is doordrongen van de waarde van haar cultuurhistorisch erfgoed. Het draagt bij aan de beleving van de reizigers en het herkenbaar houden van stations en stationslocaties. Aanpassingen omwille van comfort, transfercapaciteit, veiligheid, efficiëntie en exploitatie blijven echter nodig. De visie op Stationserfgoed stimuleert om voor stations die monument zijn en/of behoren tot De Collectie, met een cultuurhistorische waardestelling de kenmerkende waarden inzichtelijk te maken.

De cultuurhistorische waardestellingen zijn het vertrekpunt voor (deel)verbouwingen, uitbreidingen, beheer en gebiedsontwikkelingen. Zij  geven belangrijke en inspirerende inzichten over de gebruiksgeschiedenis van een station en bieden  bij stationsverbouwingen handvaten voor het ontwikkelen van een visie en ontwerp. Daarom dienen de waardestellingen vanaf de eerste fase van ieder project op een monumentaal of Collectie-station geraadpleegd te worden.

De Collectie illustreert de rijke voor- en naoorlogse traditie van het spoor aan de hand van vijftig bijzonder karakteristieke stationsgebouwen. Ze maken deel uit van het actuele spoorwegennet en hebben meestal hun oorspronkelijke functie behouden. Naast een verzameling van markante stationsgebouwen is De Collectie bovenal een afspraak over een verantwoorde omgang met het spoorerfgoed. De trots van De Collectie straalt af op alle Nederlandse stations. De vijftig beschreven stations dienen als voorbeeld en inspireren overal tot een zorgvuldige omgang met het gehele cultuurhistorisch erfgoed van het spoor. 

Met behulp van de Waardestellingcheck kan online gekeken worden of een station een monumentale status heeft, deel uitmaakt van De Collectie en of er een cultuurhistorsiche waardestelling beschikbaar is. Indien het station of emplacement monumentale waarde heeft maar nog over geen waardestelling beschikt, dient doorgaans ook bij niet-Collectiestations een al dan niet beknopte waardestelling als vertrekpunt voor bouwprojecten opgesteld te worden.Ook voor ver- en nieuwbouwprojecten op stations die niet tot De Collectie behoren of stations die monumentaal zijn, is het noodzakelijk om een goede analyse van de kenmerken van het station te maken. Kijk hiervoor ook bij de vooronderzoeken van voor- en naoorlogse station die ter voorbereiding van De Collectie zijn opgesteld.

 

Visie op Stations­outillage

De Visie op Stations­outillage garandeert een goede inpassing van stationsmeubilair in bestaande stationshallen, passages en op perrons. 

Ieder station is uitgerust met meubilair: van zitobjecten en schermen die reizigers beschutting bieden tegen weersinvloeden tot panelen met reisinformatie en afvalbakken. De Visie op Stations­outillage vertaalt het Spoorbeeld naar de omgang met dergelijke objecten. Het werkt hiertoe de stationsdomeinen – zoals omschreven in het Stations­concept – uit in velden en omschrijft configuratieprincipes voor het meubilair. Centraal staan het comfort van de reiziger en het versterken van het station als een aangename plek. Zo wordt een goede, voor de reiziger vertrouwde, inpassing in bestaande hallen, passages en op perrons gegarandeerd. 

De Visie op Stations­outillage dient als basis voor de vervanging van de outillage van een groot aantal bestaande stations. Het is ontwikkeld voor architecten en ontwerpers die bij de bouw of verbouw van stations een inrichtingsplan maken. Ook is de visie bestemd voor medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud en beheer van stations. In de visie vinden zij alle informatie die nodig is om stations op een generieke en daarmee herkenbare manier in te richten. De visie biedt bovendien voldoende keuzemogelijkheden zodat het mogelijk is in te spelen op plaatselijke omstandigheden.

Handboek belettering en bewegwijzering

Een adequate bewegwijzering vergroot het vertrouwen van de reizigers en zorgt dat zij zich makkelijk kunnen oriënteren. Het Handboek belettering en bewegwijzering zorgt op stations voor een consequente uitvoering, een goede ruimtelijke inpassing en een herkenbaar, rustig en samenhangend beeld.

Op het station moeten reizigers snel en makkelijk de juiste trein of voorziening kunnen vinden. Een goede bewegwijzering ondersteunt hen daarbij. Het helpt reizigers bij het oriënteren, navigeren en efficiënt bereiken van hun doel of bestemming. Samen met een logische indeling van het station vergroot een adequate bewegwijzering het gevoel van vertrouwen en veiligheid. De stationsbezoeker voelt zich ontspannen en heeft zo meer tijd en aandacht voor medereizigers en voorzieningen op het station.

De bewegwijzering omvat bebording voor reizigers en andere stationsbezoekers in de openbare ruimtes van het station, van borden met vaste informatie tot tekstborden met instructies, klokken en routestrips. Voor het goed functioneren van de bewegwijzering is het essentieel dat deze uniform en consequent wordt uitgevoerd. Daarnaast dient het verantwoord te worden ingepast. Uniformiteit en een zorgvuldige inpassing binnen het station zorgen voor een herkenbaar, rustig en samenhangend beeld. Het systeem van bewegwijzering functioneert op een neutrale wijze voor alle gebruikers van een station.

Retailbeeld

Het Retailbeeld zorgt dat de uitstraling van de commerciële activiteiten de kwaliteit van het station als geheel ondersteunt.

De inrichting van de commerciële gevelzone draagt bij aan de behoefte van de reiziger aan overzicht en transparantie. Ook dragen een zorgvuldige organisatie van de ruimte en een goede balans tussen reis- en commerciële informatie bij aan het gevoel van veiligheid, vertrouwen en reisplezier. Ordening brengt rust, waardoor het station een aantrekkelijke plek is en blijft. Dat is goed voor de identiteit van het spoor als geheel, maar zeker ook voor de reiziger. Als reizigers zich goed kunnen oriënteren en bewegen, hebben zij de rust om gebruik te maken van winkels en andere voorzieningen.

Visie op informatie (in ontwikkeling)

De visie op informatie brengt alle uitingen op stations met elkaar in verband: reisinformatie, bewegwijzering, profilering, stationsinformatie, signing en reclame.

Tijdens de reis komt de reiziger talloze boodschappen tegen: van reisinformatie en bewegwijzering tot reclame, signing van winkels en profilering van vervoerders. Al deze vormen van informatie zijn van invloed op de reiservaring. De wereld van de informatieoverdracht is zodanig aan verandering onderhevig dat bestaande richtlijnen geen goed kader meer bieden. De mate waarin de verschillende typen informatie met elkaar vervlochten zijn, maakt het niet langer mogelijk om naar deelgebieden te kijken, maar vraagt om een integrale visie op het onderwerp. Daarom is er behoefte aan een goede schakel die de partijen met verschillende doelstellingen, hun (deel)visies en verantwoordelijkheden met elkaar verbindt.

De Visie op Informatie speelt hierop in. Met het Stations­concept als uitgangspunt schetst het de verandering van de informatieoverdracht op stations en in de trein. Het informatielandschap wordt steeds gelaagder en complexer. Door deze grote hoeveelheid aan informatie groeit de behoefte aan gegevens die integer, accuraat en betrouwbaar zijn. Met gerichte aandacht voor de wensen en behoeften van de reiziger helpt de Visie op Informatie om ook in de toekomst te borgen dat een ieder zijn weg goed kan vinden en goed voorbereid op reis kan gaan. Daarnaast helpt het bij het inspireren en uitnodigen van reizigers om nieuwe dingen te ontdekken.

De visie is nog in ontwikkeling. Op termijn vervangt de Visie op informatie onder meer het nu nog vigerende het NS retailbeeld, delen van de visie stationsoutillage, de merkidentiteitscirkel en de visie op profilering.

Kunst op stations

Kunst is een belangrijk middel om de belevingswaarde en de identiteit van het spoor te versterken.

Kunst is bij uitstek een medium om de (reis)ervaring te intensiveren en reizigers bewust te maken van hun omgeving en van elkaar. Kunst versterkt de beleving van beide werelden. Bovendien kan het een brug slaan tussen verschillende ruimten en omgevingen en geeft het een nieuwe invulling aan de traditie van spooriconografie, ambacht en de thematiek van het reizen die zo eigen is aan het spoor. Zo kan kunst de spooridentiteit en de belevingswaarde van het spoor intensiveren. Kunst neemt een bijzondere positie in binnen het Spoor: het begeeft zich niet op het niveau van merkidentiteit of op het niveau van de grote ruimtelijke opgaven. Het zit daar ergens tussenin. Juist door die ‘vrije’ positie die eigen is aan kunst wordt de culturele lading van het spoor zichtbaar en beleefbaar, als volwaardige kwaliteitsimpuls. Kunst in de direct aan het station gerelateerde (semi-)openbare ruimtes, en meer specifiek de stationsdomeinen, met uitzondering van het omgevingsdomein, staan in de traditie van het spoor. Bij de opdrachtformulering is hier ruimte voor allerhande uitingsvormen: van traditionele, monumentale, geïntegreerde, conceptuele tot performance-achtige kunstuitingen. Het kader voor de realisatie van kunst in het station wordt geleverd door het Stations­concept.

Visie op geluidsschermen

Het reduceren van geluid langs het spoor kan door geluid te beperken aan de bron (door stiller spoor of dempers) of via geluidsisolatie van de gevels van omliggende bebouwing worden gerealiseerd. Vaak wordt gebruik gemaakt van geluidsschermen, elementen langs het spoor. Deze  geluidsschermen zijn een effectief middel om het geluid (gedeeltelijk) tegen te houden maar zijn heel zichtbaar en beeldbepalend, staan vaak ook letterlijk in het zicht van reizigers en omwonendenen en dragen daardoor helaas vaak ook bij aan een verrommeld landschap of stadsbeeld. De Visie op Geluidsschermen is verwoord in het Handboek Geluidsschermen. Dit vormt een schakel tussen de algemene ruimtelijke visie van het Spoorbeeld en de wettelijke en technische kaders van de OVS 00058. Het handboek geeft inzicht in de randvoorwaarden van functionaliteit en ruimtelijke inpassing van te realiseren geluidsschermen langs het spoor in Nederland. Het stelt zich tot doel meer eenheid te brengen in de toepassing van geluidsschermen. De beleving van het spoor vanuit de omgeving en de beleving van het landschap vanuit de trein staan hierbij centraal.

De Visie op Geluidsschermen stelt dat de vormgeving van een scherm gerelateerd dient te zijn aan zijn omgeving. Zo wordt de ongewenste diversiteit langs het spoor beperkt en kan een impuls gegeven worden aan de ruimtelijke kwaliteit van en langs het spoor. Het handboek ondersteunt ontwerpers bij de motivatie van hun keuze voor een geluidsscherm bij specifieke projecten en situaties, en geeft bestuurders en beleidsmakers inzicht in de opgave. Het beschrijft een aantal veelvoorkomende situaties waarin schermen voorkomen en draagt oplossingsrichtingen aan.

Kaders station

Kaders Stations­concept

Stations kennen maximaal vier stationsdomeinen: een omgevingsdomein, een ontvangstdomein, een reisdomein en een verblijfdomein. Deze domeinen ordenen functies en voorzieningen naar de behoefte van de gebruikers op hun route naar en door het station. Elk domein heeft een eigen rol in het bereiken van de gewenste ervaring. De domeinen worden met elkaar verbonden door de loopverbindingszone. Deze zone is overal duidelijk herkenbaar en vindbaar en voorziet in een snelle, veilige transfer.

Per stationsdomein geeft het Stations­concept uitgangspunten en richtlijnen mee over de locatie en volgorde van voorzieningen. Hetzelfde gebeurt voor de loopverbindingszone. Daarnaast worden een aantal kenmerken meegegeven. Stationsdomeinen worden verder ingericht aan de hand van de velden uit de Visie op Stations­outillage. De indeling in stationsdomeinen is primair bedoeld als hulpmiddel bij de inrichting van stations en stationsomgeving. De indeling in domeinen doet geen uitspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is. Wel vormt het de gezamenlijke visie van hoe een goed station er qua (ruimtelijke) indeling van functies en voorzieningen uit zou moeten zien.

De toepassingsprincipes van het Stations­concept bieden handvaten om de visie op het station te vertalen naar concrete stationsprojecten. Ze helpen bij het herkennen en bepalen van de stationsdomeinen en de loopverbindingszone in de stationsplattegrond van zowel bestaande als nieuwe stations. Dit is nodig omdat bij ieder station de vertaling naar stationsdomeinen gemaakt dient te worden op basis van de specifieke situatie. Geen station is immers gelijk. Het Stations­concept moedigt daarom aan om waar mogelijk in te spelen op specifieke situaties zodat samenhang kan ontstaan tussen inrichting en architectuur.

Kaders uit Stations­concept in tijdelijke situaties

De visie Stations­concept In Tijdelijke Situaties (SITS) beschrijft in drie stappen hoe ook bij stationsverbouwingen de beoogde kwaliteit gegarandeerd wordt. Voor elke laag gelden vaste regels die in een handleiding zijn beschreven. De eerste stap structureert de tijdelijke situatie in de domeinen en de loopverbindingszone. De tweede stap is het onderbrengen van de functionaliteiten die de reiziger gewend is te gebruiken, in volgorde van belangrijkheid. De derde stap betreft een bindend gestandaardiseerd maatsysteem dat flexibel in te vullen is. De toolkit die aldus ontstaat maakt het onder meer mogelijk in te spelen op plaatselijke omstandigheden.

Kaders Stationserfgoed

Om de cultuurhistorische betekenis van bestaande stations inzichtelijk te maken, worden cultuurhistorische onderzoeken gedaan en waardestellingen opgesteld. Deze belichten niet alleen de bouwkundige geschiedenis. Ze hebben ook oog voor de context van het betreffende station in de geschiedenis van het spoor. Daarnaast hebben ze aandacht voor de stedenbouwkundige setting van het emplacement en de specifieke gebruiksgeschiedenis van het station. Vanuit deze analyse worden de gebouwonderdelen benoemd die het behouden waard zijn, wordt een omschrijving gegeven van de mogelijke knelpunten en worden aanbevelingen gedaan wat betreft de verdere ontwikkeling en omgang met het station. De uitkomsten van het cultuurhistorisch onderzoek en de waardestellingen dienen als vertrekpunt voor verdere planvorming en alle (deel)ingrepen die op een station plaatsvinden. Bovendien doet het dienst als overkoepelend toetsingskader.

Collectie- en waardestellingcheck

Cultuurhistorische onderzoeken en waardestellingen worden vervaardigd door gespecialiseerde cultuurhistorische adviesbureaus in opdracht van NS en ProRail. Bureau Spoor­bouwmeester adviseert bij het selecteren van het adviesbureau en bij de inhoud van het onderzoek en gebruikt de inhoud van de verschillende waardestellingen als toetsingskader voor projectvoorstellen. Het doel is om voor alle monumentale stations en Collectiestations bindende waardestellingen te vervaardigen en deze voor alle belanghebbende partijen toegankelijk te maken. Met de Waardestellingcheck kan gekeken worden welke waardestellingen beschikbaar zijn. Met behulp van de Collectiecheck kan online gekeken worden of een station deel uitmaakt van De Collectie.

Indien het station of emplacement monumentale waarde heeft, wordt doorgaans ook bij niet-Collectiestations een al dan niet beknopte waardestelling als vertrekpunt voor bouwprojecten gebruikt. Tenslotte is het ook voor ver- en nieuwbouwprojecten op stations die niet tot De Collectie behoren of monumentaal zijn, noodzakelijk om een goede analyse van de kenmerken van het station te maken. Kijk hiervoor ook bij de vooronderzoeken van voor- en naoorlogse station die ter voorbereiding van De Collectie zijn opgesteld.

 

Kaders uit de Visie op Stations­outillage

De kaders uit de Visie op Stations­outillage beschrijven welke objecten bij welk veld horen en op welke wijze de objecten geplaatst kunnen worden. Clustering van objecten is de leidraad. Reisinformatie, kaartverkoop en aanverwante voorzieningen worden zoveel mogelijk geclusterd. Zo vinden reizigers alles wat ze nodig hebben bij elkaar en ontstaat een rustig en aantrekkelijk beeld. De kaders uit de Visie op Stations­outillage bieden keuzemogelijkheden in de toepassing van de velden en de objecten. Hiermee kan ingespeeld worden op kenmerken en omstandigheden, behorend bij de omgeving of passend bij de architectuur van het stationsgebouw. 

Kaders Handboek Belettering en bewegwijzering

Het Handboek Belettering en bewegwijzering Nederlandse treinstations geeft nauwkeurige aanwijzingen voor de toepassing van de generieke bewegwijzering en de belettering voor stations. Het beschrijft de stappen om te komen tot een bewegwijzeringplan. Ook is het een handleiding voor de  bepaling van bestemmingen en het maken van bordlay-outs. Verder omschrijft het de relevante wetten en regels en stuurt het op een goede aansluiting van de bewegwijzering op de stationsarchitectuur.

Kaders Retailbeeld

De ambitie om in het station rust, helderheid en transparantie te bieden aan de reizigers, vertaalt zich naar verschillende aandachtspunten. Zo dienen stationsdomeinen en de loopverbindingszone altijd als zodanig herkenbaar te blijven en moet de transferfunctie altijd gewaarborgd zijn. Een goede omgang met retail kan hieraan bijdragen. Het Retailbeeld stelt daarom een aantal algemene kaders, bijvoorbeeld met betrekking tot de afmeting en schaal van inrichtingselementen, transparantie en gevelelementen. Voor een aantal units formuleert het Retailbeeld specifieke kaders en richtlijnen, zoals bij de herbestemming van bestaande ruimten in stationsgebouwen, units in tijdelijke situaties, commerciële units op perrons en bij de inpassing van units binnen de Collectiestations.

Kaders uit de Visie op informatie

In ontwikkeling

Kaders uit de visie op kunst

Bij kunstopgaven op stations bepalen de inrichting en uitstraling van de stationsdomeinen de scope van de opgave. Binnen de opdrachtformulering is ruimte voor een breed scala aan uitingsvormen: van traditionele, monumentale, geïntegreerde, conceptuele tot performance-achtige kunstuitingen.

Kaders uit de Visie op geluidsschermen

Het spoor manifesteert zich als een doorgaande lijn in het landschap. Naast de gewenste geluidswerende werking kan een geluidsscherm het spoor voor een wijk of industriegebied aan het oog onttrekken, hetgeen soms gewenst kan zijn. In de vormgeving van de afscherming staat de doorgaande, visuele lijn centraal. Het zicht op het landschap is een van de vertrouwde elementen tijdens een treinreis. De vormgeving van een geluidsscherm dient hiermee rekening mee te houden. De doorgaande lijn moet rust en continuïteit voor de reiziger creëren. Zowel vanuit de trein als vanuit de omgeving moet het scherm begrijpelijk en vanzelfsprekend overkomen.

Ontwerpprincipes Station

Ontwerpprincipes Stations­concept in tijdelijke situaties

In het Stations­concept in tijdelijke situaties (SITS) is een handleiding opgenomen. Hierin worden duidelijke uitspraken gedaan over maat, materiaal en verhoudingen. Uitgangspunt is dat bij grote stations en grote verbouwingen de tijdelijke schil van het station en/of de tijdelijke schil rond de verbouwing verwijst naar de belofte van wat komen gaat. Bij kleinere verbouwingen is de tijdelijke schil functioneel en verrassend. 

Richtlijnen Stations­outillage

In de Visie op Stations­outillage zijn uitgangspunten vastgelegd voor de vormgeving van de objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vaste identiteitsdragers en ondersteunende objecten. Identiteitsdragers vormen de basis van een veld en dragen het meest bij aan de herkenbaarheid van dat veld. Het beschuttingssysteem neemt een bijzondere positie in. Hierbinnen kunnen meerdere velden opgenomen worden. Op kleine stations kan een beschuttingssysteem, naast beschutting van zitplekken, ook geïntegreerd of geclusterd worden met functies als reisinformatie, service en kaartverkoop.

De overkoepelende beeldtaal voor alle objecten op het station is vastgelegd in de algemene ontwerpprincipes van het Spoorbeeld. Deze beeldtaal is in de Visie op stationsoutillage verder uitgewerkt en vertaalt de gewenste ervaring en functie naar de uiteindelijke verschijningsvorm van het object. De vormgeving van objecten kan vast of variabel zijn. Sommige objecten, zoals reisinformatievoorzieningen, zien er altijd hetzelfde uit. Ze staan ‘vast’. Andere objecten, zoals comfortabele zitobjecten, zijn variabel en kunnen verschillen in materiaal en kleur. Bij de keuze voor materiaal en kleur wordt rekening gehouden met het stationskarakter. Hoe groter het station, hoe groter het vooraf bepaalde materiaal- en kleurgamma waaruit gekozen kan worden.

Richtlijnen RSB

Het gebruik van de OV-chipkaart heeft invloed op de manier van reizen. Zo zijn nieuwe voorzieningen nodig, verandert de routing door het station en krijgen reizigers te maken met nieuwe ‘reishandelingen’ zoals opladen en in- en uitchecken. Daarbij kunnen stations meerdere vervoerders hebben. Mede daardoor is het van belang dat reizigers in een oogopslag kunnen zien van welke voorziening zij gebruik moeten maken, horend bij de gekozen vervoerder en/of modaliteit. Dit is van invloed op de stationsinrichting die daardoor aanpassingen en hulpmiddelen nodig heeft door de komst van de OV-chipkaart. Herkenbaarheid en vindbaarheid zijn cruciaal. Aanpassingen zijn nodig om het comfort van het reizen zo hoog mogelijk te houden en zijn van belang voor de juiste routing naar, de juiste signing van en de juiste branding van de OV-chipkaartvoorzieningen. In reactie op de komst van de OV-chipkaart is de Toolkit RSB ontwikkeld.

De Toolkit RSB (Routing, Signing Branding) is een samenhangend en consistent systeem met criteria voor de landelijke en uniforme toepassing van routing, signing en branding van alle OV-chipkaartvoorzieningen binnen het stationsgebied en wat dient als een praktische gids met alle relevante informatie over de toepassing van RSB-middelen in de stationsinrichting, bestemd voor iedereen die te maken krijgt met de inpassing van OV-chipkaartvoorzieningen.

De Toolkit is primair bedoeld voor alle (rail)vervoerders die halteren op de trein- en trein/metrostations in Nederland en de betrokken concessieverleners. De Toolkit RSB wordt namens de betrokken partijen beheerd door NS en ligt binnen de NS in handen van NS Reizigers Commercie. Indien voorstellen leiden tot inhoudelijke aanpassingen aan de criteria uit de toolkit RSB, worden de betrokken partijen bijeen geroepen voor overleg om de voorstellen en impact daarvan bespreken en accorderen.

Richtlijnen Belettering en bewegwijzering

In het Handboek Belettering en bewegwijzering Nederlandse treinstations worden nauwkeurige aanwijzingen gegeven voor de toepassing van de generieke bewegwijzering en de belettering voor stations. Het beschrijft de stappen om te komen tot een bewegwijzeringplan. Ook is het een handleiding voor de bepaling van bestemmingen en het maken van bordlay-outs. Verder geeft het inzicht in de relevante wetten en regels en vraagt het aandacht voor een goede aansluiting van de bewegwijzering op de stationsarchitectuur.

Richtlijnen Retailbeeld

In het Retailbeeld zijn de volgende richtlijnen opgenomen:

  • algemene richtlijnen voor commerciële ruimten (entree/ingang, gevel, signing, reclame en commerciële uitingen op de pui, verlichting, retailmeubilair, operationele richtlijnen voor logistiek, verkoop en techniek);
  • specifieke ontwerprichtlijnen voor objecten waarvan de gevel/pui samenvalt met buitenzijde station;
  • specifieke ontwerprichtlijnen voor losstaande objecten in het station zoals kiosken en automaten;
  • specifieke ontwerprichtlijnen voor werelden en events;
  • specifieke ontwerprichtlijnen voor commerciële objecten bij monumenten

Richtlijnen Visie op informatie

In ontwikkeling