Opgebroken logo

Bureau Spoor­bouwmeester

Over ons

Bureau Spoor­bouwmeester is in 2001 op initiatief van de directies van NS en ProRail opgericht als een onafhankelijk adviserend orgaan voor ontwerp en vormgevingsopgaven binnen de spoorsector. Bureau Spoor­bouwmeester bestaat uit een klein team medewerkers en staat onder leiding van de Spoor­bouwmeester. Sinds het ontstaan van het bureau wordt aan en met het Spoorbeeld gewerkt. Vanuit Het Protocol – het document waarin de afspraken tussen NS, ProRail en Bureau Spoor­bouwmeester zijn vastgelegd – is het bureau bevoegd het Spoorbeeld te ontwikkelen, te beheren en uit te dragen. Zodoende vormt het Spoorbeeld het kader voor nagenoeg alle werkzaamheden van Bureau Spoor­bouwmeester.

Missie

Bureau Spoor­bouwmeester schept herkenbare en eenduidige belevingscondities voor de Spoorsector als samenhangend systeem. De inhoudelijke basis hiervoor is het Spoorbeeld. Een herkenbaar (Spoor)beeld maakt het spoor toegankelijk, overzichtelijk en gebruiksvriendelijk en versterkt het gevoel van vertrouwen en veiligheid bij reizigers. Hiermee wordt meerwaarde gecreëerd voor de toekomst van (railgebonden) openbaar vervoer.

Visie

Bureau Spoor­bouwmeester voorziet de traditie van architectuur en design, als dragers van de spooridentiteit van stations en materieel, van een nieuw elan.

  • Bureau Spoor­bouwmeester creëert en monitort namens NS en ProRail, vanuit een onafhankelijke positie en met een gemeenschappelijk Spoorbeeld, eenduidige en consequente belevings- en uitvoeringscondities voor alle stakeholders binnen het openbaar vervoer.
  • Bureau Spoor­bouwmeester is in staat om de diverse ruimtelijke 'schaalniveaus'  met elkaar in verband te brengen en te houden.
  • Met inbreng van kennis, kunde, ervaring en een goed overzicht van lopende OV-projecten kan Bureau Spoor­bouwmeester de projectteams als onafhankelijke partij adviseren en stimuleren om tot integrale oplossingen te komen.
  • De manier van werken heeft als doel om het opdrachtgeverschap van ontwerpopdrachten binnen het openbaar vervoer op een hoger plan te tillen.

Waarom?

De spoorsector ambieert een gezamenlijk ambitieniveau inzake de kwaliteit van het spoor. Daarbij hebben ProRail en NS samen het initiatief genomen om de beleving van het reizen per trein naar een hoger plan te tillen. Het Spoorbeeld is hierbij een belangrijk middel. Het is opgesteld met de overtuiging dat door een goede samenwerking tussen alle partijen op en rond het spoor een herkenbare identiteit van de spoorbranche kan ontstaan. Deze identiteit draagt bij aan een positieve beleving van het spoor door de reizigers. Het resultaat van een sterke spooridentiteit is een betere functionaliteit van de stations, meer reisplezier en een beter commercieel perspectief voor alle belanghebbenden op de stations.

Wat doen we?

Bureau Spoor­bouwmeester ontwikkelt, beheert en draagt het Spoorbeeld uit. Het bureau inspireert alle bij het spoor betrokken partijen tot een passende vertaling van het Spoorbeeld. Bureau Spoor­bouwmeester adviseert gevraagd en ongevraagd bij ontwerpopgaven op en rond het spoor. Daarbij richt het zich tot de traditionele, spoorse partijen ProRail en NS, maar ook tot gemeenten, provincies, ministeries, vervoerders en andere betrokken instellingen en organisaties. Daarnaast ontwikkelt het bureau beleid en heeft het een toetsende rol. Het werkgebied bestrijkt in principe alle projecten waar de beleving van het spoor een rol speelt: van stations, het interieur op stations tot het station in zijn omgeving en de inpassing van het spoor in stad en landschap. Daarbij gaat het om opgaven op het vlak van ruimtelijk ontwerp, industriële vormgeving en monumenten tot grafische vormgeving, kunst en merkidentiteit.

Disciplines

Binnen Bureau Spoor­bouwmeester zijn verschillende (ontwerpende) disciplines vertegenwoordigd. Zo kunnen de doelstellingen van het Spoorbeeld goed worden uitgevoerd. Binnen het bureau worden de raakvlakken tussen de disciplines en vakgebieden bewust opgezocht en worden de disciplines niet beperkt tot één schaalniveau. Wanneer nodig wordt op projectbasis externe expertise aangetrokken. Integraal werken is het devies. Daarmee wordt ingehaakt op de ambitie van samenhang en op het feit dat veel opgaven een mix van disciplines nodig hebben om tot een optimaal resultaat te komen.

Architectuur

Architectuuropgaven bij het spoor betreffen voornamelijk stations en civiele kunstwerken. Het gaat om nieuwbouw, maar ook om verbouw en inpassing van programma’s zoals de OVCP-poorten, ketenvoorzieningen en het verbeteren van de toegankelijkheid. De spoorsector heeft van oudsher veel aandacht voor de kwaliteit van al deze opgaven. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de talloze toonaangevende en karaktervolle stationsgebouwen die Nederland rijk is. Bureau Spoor­bouwmeester koestert deze traditie en bouwt erop voort, bijvoorbeeld aan de hand van het Stations­concept. Stationsgebouwen blijven zo passen bij hun omgeving. Daarnaast draagt een bewuste omgang met architectuuropgaven bij aan het behoud van cultuurhistorische waarden en de toevoeging van nieuwe elementen, passend bij deze tijd. Speciale aandacht gaat uit naar architectuuropgaven bij cultureel waardevolle gebouwen zoals monumenten en de stations uit De Collectie.

Industrieel ontwerp

Veel ontwerpopgaven binnen het spoor gaan over middelen die het reizen per trein mogelijk maken, zoals bijvoorbeeld de (seriematige) productie van inrichtingselementen, zoals stationsmeubilair en informatiedragers. Deze objecten dragen bij aan de herkenbaarheid van de spooridentiteit en een vertrouwde ervaring. Gebruiksgemak en comfort voor iedereen staat centraal. In de uitvoering ligt een stevige relatie met grafische vormgeving van alle informatiemiddelen.

Grafische vormgeving

Wat betreft de grafische vormgeving is de inzet van Bureau Spoor­bouwmeester met name gericht op de ontwikkeling van visies en ontwerpsystematiek. Zeker ten aanzien van de vormgeving van informatiedragers (bewegwijzering, (reis)informatie, profilering en signing) ligt er een sterke relatie met het industrieel ontwerp. Door een consequente toepassing bevordert de grafische vormgeving toegankelijkheid, overzicht, gebruiksgemak en versterkt het een gevoel van vertrouwen en veiligheid. Het maakt het mogelijk eenheid in verscheidenheid van vervoerder, service- en stationsproces, retail, informatie en reclame te ervaren.

Stedenbouw en stedelijk interieur

Voor de verankering van station en spoor in de gebouwde omgeving is het van belang dat over en weer een meerwaarde ontstaat. Immers, de wisselwerking tussen beide is essentieel voor de beleving van de reiziger en de omgeving. Stedenbouw wordt ingezet op het niveau van de verbindingen tussen stad en station en van de programmering van de ruime stationsomgeving. Op de schaal van de openbare ruimte draagt het stedelijk interieurontwerp zorg voor een prettige en veilige omgeving voor aankomen, verblijf, overstappen en een goede aansluiting op de routes van stad, dorp en wijk. Hierbij gaat het om de inrichting van de openbare ruimte – pleinen, lanen, straten – maar ook om taluds, tuinen en stroken langs het spoor. Dit gebeurt altijd met aandacht voor de lokale identiteit.

Landschap

Het spoor heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Nederland. De spoorlijnen leveren bovendien een bijzondere bijdrage aan het Nederlandse landschap. Ze vertellen het verhaal van de landschapsontwikkeling en het spoor. Als autonome lijnen in het landschap bieden ze de reiziger een bijzonder perspectief op alle Nederlandse landschapstypen. Van oudsher hebben de spoorwegen een rijke traditie wat betreft de inpassing van het spoor. Rijkswaterstaat en de Nederlandse Spoorwegen zijn en waren toonaangevend in het inzetten van landschapsarchitectuur bij de inpassing van infrastructuur. De landschapsdiscipline probeert een zo goed mogelijke relatie te leggen tussen het spoor en het landschap. Daarnaast heeft het invloed op de ontwerpprincipes van het spoorlandschap zelf en de kruising met andere netwerken door middel van bruggen, tunnels en ecoducten. 

 

 

Kunst

Kunst heeft een bijzonder positie binnen Bureau Spoor­bouwmeester. Bij het realiseren van het Spoorbeeld wordt het als een ‘vrije’ ontwerpdiscipline ingezet. Kunst maakt de culturele lading die zo eigen is aan het spoor op een verassende manier zichtbaar en beleefbaar. Het is bij uitstek een middel om de ervaring te intensiveren en reizigers bewust te maken van hun omgeving en van elkaar. Verbeelding en reflectie versterken de reis en de ruimte van het spoor. Met kunst kan een nieuwe invulling worden gegeven aan de traditie van spooriconografie, ambacht en thematiek van het reizen en kan worden ingezet om een brug naar de omgeving te slaan. In alle routeonderdelen, afzonderlijk of samen, kan er aanleiding zijn voor de realisatie van (toegepaste) kunst. Bureau Spoor­bouwmeester adviseert bij de vertaling van de kunstvisie voor het spoor naar de opgave.

Werkprocessen

Kernproces ProRail

Bureau Spoor­bouwmeester is één van de partijen die een rol heeft binnen de projecten van ProRail. Op verschillende momenten wordt intensief samengewerkt en adviseert Bureau Spoor­bouwmeester over vormgevings- en uitstralingsaspecten: van stations en stationsinrichting tot civiele kunstwerken en de relatie met stad en landschap. De adviezen van Bureau Spoor­bouwmeester wegen mee in de besluitvorming rond projecten.

Het Spoorbeeld vormt de basis voor het werk van Bureau Spoor­bouwmeester. Vanuit het Spoorbeeld geeft het bureau Projecten de juiste ontwerpuitgangspunten mee en zorgt voor een review van de tussenproducten.

Het plannen en uitvoeren van investerings¬projecten is door ProRail vormgegeven in het ‘Kernproces projecten’. Daarbinnen zijn de verschillende projectstappen vastgelegd, inclusief de besluitvormingsmomenten en de daarbij behorende producten. De structuur zorgt dat projecten in één keer het gewenste resultaat opleveren. Ook stemt het de interne samenwerking af en biedt het stakeholders, klanten, financiers inzicht in de besluitvorming.

Om tijdens de projectontwikkeling en -uitvoering zo goed mogelijk van elkaar te profiteren, zijn op basis van het protocol nadere afspraken vastgelegd. Zo zijn in het Kernproces momenten gedefinieerd waarin afstemming plaatsvindt tussen ProRail Projecten en Bureau Spoor­bouwmeester:

Voorfase, articulatie klantvraag
Als duidelijk is dat het project een vormgevingselement heeft, dan wordt Bureau Spoor­bouwmeester zo snel mogelijk geïnformeerd. Bureau Spoor­bouwmeester wordt gevraagd een Spoorbeeldparagraaf aan te leveren voor het plan van aanpak van de projectmanager. In overleg kan ook het projectteam hiervoor een voorstel doen dat Bureau Spoor­bouwmeester reviewt. In deze Spoorbeeldparagraaf staat hoe in dit specifieke project om te gaan met vormgeving en het beschrijft de rollen en samenwerking van Bureau Spoor­bouwmeester, AKI en het projectteam. De gezamenlijke conclusie kan hier overigens ook zijn dat de rol van Bureau spoorbouwmeester beperkt is en dat de overige afstemmomenten uit het Kernproces niet (allemaal) benut worden.

Alternatievenstudie
Afhankelijk van de afspraken uit de voorfase reviewt Bureau spoorbouwmeester het programma van eisen op de Spoorbeelduitgangspunten. Indien vormgeving aan de orde is verzorgt Bureau Spoor­bouwmeester, in overleg met de projectverantwoordelijke, de ontwerperselectie.

Planuitwerkingsfase, uitwerken variant
In de Planuitwerkingsfase reviewt BureauSpoorbouwmeester het definitief ontwerp (en eventuele andere ontwerpdocumenten zoals een beeldkwaliteitsplan) op de spoorbeelduitgangspunten.

Realisatiefase
In het geval van prototypen (bijvoorbeeld bij productontwikkeling) toetst Bureau Spoor­bouwmeester deze in de realisatiefase.

ProRail en NS hechten veel belang aan de rol die Bureau Spoor­bouwmeester speelt in het behoud en ontwikkeling van de spoorbeeldidentiteit. Als producten niet aan de vastgestelde spoorbeelduitgangspunten (algemeen beleid / uitwerking in een specifieke spoorbeeldparagraaf) voldoen, dan worden ze aangepast. Als een projectmanager meent te moeten afwijken van Spoorbeeld, dan is hiervoor instemming nodig van de directies van NS en/of ProRail. Door vroegtijdig aandacht te besteden aan de (on)mogelijkheden op het gebied van vormgeving – en daar vervolgens op te anticiperen – levert een goede samenwerking vanuit het Spoorbeeld projecten op die bijdragen aan de identiteit van het Nederlandse Spoor.

Samenwerking

Spoorse partijen en omgevingspartijen

Hoewel opgericht op initiatief van ProRail en NS, is Bureau Spoor­bouwmeester een gesprekspartner voor alle spoorse- en omgevingspartijen. Het bureau stelt zich open op, zoekt de samenwerking en investeert in een goede inspirerende werkrelatie met alle partijen rond het spoor. Die werkrelatie kan projectgerelateerd zijn of een meer regulier karakter hebben zoals het regelmatige overleg tussen Bureau Spoor­bouwmeester en de beide traditionele spoorpartners ProRail en NS. Naast NS en ProRail zijn gemeenten belangrijke partners, zeker waar het gaat om opgaven rond stations en stationsomgevingen.

Rijksbouwmeester en het College van Rijksadviseurs

Op verschillende terreinen werkt de Spoor­bouwmeester samen met de leden van het College van Rijksadviseurs (CRA). Dit College, bestaande uit de Rijksbouwmeester, de Rijksadviseur voor het Landschap, de Rijksadviseur voor de Infrastructuur en de Rijksadviseur voor het Cultureel Erfgoed, adviseert het Rijk gevraagd en ongevraagd over belangrijke ruimtelijke onderwerpen en ontwerpthema’s. De Spoor­bouwmeester en de Rijksbouwmeester ontmoeten elkaar op nagenoeg alle plekken waar hun werkterreinen elkaar raken. Samen met de betreffende lokale stadsbouwmeesters monitoren zij de Nieuwe Sleutelprojecten en de Grote Stationsprojecten in zogenaamde Bouwmeestersoverleggen. Binnen het project Spoorzones werkt de Spoor­bouwmeester intensief samen met de Rijksadviseur voor de Infrastructuur.

Rijkswaterstaat

Bureau Spoor­bouwmeester werkt in toenemende mate samen met Rijkswaterstaat. Het gaat dan vooral om opgaven rond gebundelde infrastructuur, kruisende infra (spoor – weg – water) of gezamenlijke opgaven als het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO). In gezamenlijkheid worden ruimtelijke ambities geformuleerd voor ontwerp, aanbesteding en realisatie. Vaak gaat het om projecten met een nationale betekenis en uitstraling waar een gezamenlijke inzet niet alleen noodzakelijk is maar vaak ook tot extra kansen leidt.

Watford Group

Bureau Spoor­bouwmeester is lid van de in 1963 opgerichte Watford Group: een internationale associatie van architecten en designers die in dienst zijn bij spoorweg- en spoorgerelateerde bedrijven. De Watford Group werd ooit opgericht door British Rail met als doel informatie uit te wisselen. In eerste instantie beperkte zich dit tot de architecten van British Rail. Vanaf het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw worden ook vertegenwoordigers uit Europa uitgenodigd. Inmiddels is dit verder verbreed en zijn in Amerika, Europa en Azië zo’n twintig landen lid van de Watford Group. Op een jaarlijkse conferentie, die telkens in een ander land wordt gehouden, informeren zij elkaar over de ontwikkelingen op hun vakgebied. Daarnaast reikt de Watford Group sinds 1985 jaarlijks een aantal prijzen uit voor spoorweg-gerelateerde ontwerpen over de hele wereld: de Brunel Awards, vernoemd naar de Britse architect, uitvinder en spoorwegingenieur Isambard Kingdom Brunel (1806-1859). Met de prijs wil de Watford Group de kwaliteit van de genomineerde ontwerpen promoten en bekend maken onder een breed publiek.

Werkmethodes

Stationswerkplaats

In 2011 is een onder de noemer Stationswerkplaats door ProRail, NS en Bureau Spoor­bouwmeester een start gemaakt met een nieuwe werkwijze. Doel is om de verschillende bij stationsprojecten betrokken partijen in een zo vroeg mogelijk stadium bij elkaar te brengen en samen tot concrete producten en hulpmiddelen te komen. Dan kan het gaan om stationsanalyses (product van het projectteam), stationsopgaven (briefing naar architect/ontwerper) en stationsvisies (product architect en conceptexperts). Een investering in een goed en gezamenlijk gedragen vertrekpunt voor stationsprojecten zal uiteindelijk resulteren in een versnelling in de latere projectfasen. Door in een zo vroeg mogelijk stadium samen de stappen analyse, opgave en visie te doorlopen, kunnen bovendien onduidelijkheden voorkomen worden. Ook helpt het partijen om elkaar sneller en makkelijker te vinden.

 

Cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling

De spoorsector is doordrongen van de waarde van haar cultuurhistorisch erfgoed. Het draagt bij aan de beleving van de reizigers en het herkenbaar houden van stations en stationslocaties. Aanpassingen omwille van comfort, transfercapaciteit, veiligheid, efficiëntie en exploitatie blijven echter nodig. Een belangrijk middel bij een zorgvuldige omgang met cultuurhistorisch erfgoed van het spoor is het doen van cultuurhistorisch onderzoek. Op basis van het onderzoek kan een waardestelling worden opgesteld.

Ieder cultuurhistorisch onderzoek kent vaste bouwstenen en bestaat voor stations grofweg uit drie onderdelen. In het eerste deel wordt de cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit van een stationscomplex, inclusief de stationsomgeving, beschreven. Het tweede deel vat de essentie van de cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit samen in een waardestelling. Het laatste deel is gewijd aan kansen en randvoorwaarden voor transformaties. Dit deel maakt duidelijk wat wel of niet veranderd mag worden aan een stationsgebouw en bevat daarnaast ontwerpthema’s en aanbevelingen over de potentie van het station voor de toekomst.

Een cultuurhistorisch onderzoek is nadrukkelijk geen ontwerp en bevat dan ook geen ontwerpkeuzen. Wel worden aanknopingspunten gegeven voor het ontwikkelen van een ontwerpvisie. Ook doet het dienst als toetsingsinstrument. Bovendien dient het bij grote en kleine verbouwingen als ‘bewaker’ van de historische waarden en laat het daarnaast zien waar de ruimte zit voor verandering of modernisering.

Met de Waardestellingcheck kun je controleren of er een waardestelling beschikbaar is.

Werkmethode Kunst

Voor de toepassing van de Spoorbeeld kunstvisie in bijvoorbeeld projecten en programma’s in de verschillende routeonderdelen is een methodiek beschikbaar. Daarin wordt een handreiking gegeven om te komen tot een passende invulling van de opgave en tot een keuze voor een medium.  Het sturingsinstrument vormt als het ware de gereedschapskist waaruit geput kan worden bij het opstellen van kunstopdrachten bij het spoor. Daarbij wordt bovendien aangegeven welke aspecten een rol spelen bij de opdrachtverstrekking, ontwikkeling en beheer van kunst in de spooromgeving.