Verknoping van werelden / Station Almere Centrum

Station Almere Centraal, bron foto: Van Meijel & Bouma
Station Almere Centraal, bron foto: Van Meijel & Bouma

Inleiding

Station Almere Centrum is in 1983-1987 gebouwd naar ontwerp van ir. Peter Kilsdonk als hoofdstation voor een compleet nieuwe forenzenstad aan de Flevolijn. Die status vond een weerklank in een prominente situering en een spectaculaire architectuur. Een kwart eeuw later en talrijke wijzigingen verder staat het station aan de vooravond van een spooruitbreiding. Bij die opgave is het de uitdaging om bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten toe te voegen. Dat is belangrijk omdat station Almere Centrum deel uitmaakt van De Collectie: de verzameling cultuurhistorisch meest waardevolle stationsgebouwen in Nederland. Daarom zijn de karakteristieken van dit icoon op alle schaalniveaus onderzocht. In dit artikel leest u over enkele verrassende uitkomsten.

Spin in het web

Op straat en vanuit de lucht zie je ze niet maar ze zijn er wel, cirkels die de opbouw en het verkeer van Almere Stad in belangrijke mate bepalen. Deze denkbeeldige cirkels hebben een straal van 400 of van 800 meter. Samen vormen ze een patroon dat vrijwel de hele stad bestrijkt. Zichtbaar zijn alleen de middelpunten: een bushalte in de kleine cirkels en een treinstation in de grote cirkels. Aldus is een fijnmazig netwerk van openbaar vervoer uitgezet waarbij je nooit verder dan 400 meter hoeft te lopen om een bus te nemen, of 800 meter moet fietsen om in een trein te kunnen stappen. Niet zo’n vreemd uitgangspunt in een tijd dat de oliecrisis nog vers in het geheugen lag. Het centrale punt in het patroon is station Almere Centrum. Hier komen alle buslijnen samen over vrije busbanen. Bovendien ligt het station precies op 800 meter van het Weerwater, dat wil zeggen optimaal om bewoners en gebruikers van het hele stadscentrum te bedienen. Om de betekenis van de stationslocatie in het stadsbeeld te onderstrepen, zijn enkele lange zichtassen op het stationsgebouw gericht. Op die manier is een waardig stedenbouwkundig hoofdmoment in de stad gecreëerd.  

Mobiliteit zonder barrières

Bij een station met een dergelijke spilfunctie in de stad horen een beeldbepalende verschijningsvorm (daarover leest u verderop) en een alzijdige bereikbaarheid. Die bereikbaarheid is veiliggesteld door het verhoogde spoor ter plaatse van het stadscentrum uit te voeren als een 261 meter lang en 45 meter diep viaduct dat aan beide zijden toegankelijk is. Onder deze riante open constructie kan langzaam en snelverkeer vanuit alle richtingen het station dicht benaderen en het spoor ongehinderd kruisen. Voorts zijn de verschillende verkeersstromen onder het viaduct ruimtelijk van elkaar gescheiden, zodat wandelaars, fietsen, bussen en auto’s elkaar niet in de weg zitten. En bovendien heeft elke verkeerstroom eigen stijgpunten naar de perrons, waardoor korte looplijnen ontstaan van en naar de treinen. Deze logistieke voordelen van het type viaductstation zijn in 1977-1980 bij diverse haltes aan de Zoetermeerlijn systematisch verkend, en in Almere Centrum voor het eerst op grote schaal toegepast en uitgewerkt tot een heldere en veilige opzet.

Lichte basis, kleurrijke accenten

De keerzijde van een omvangrijk viaductstation is het ontstaan van een donkere onderwereld van betonnen kolommen, balken en platen. In zo’n omgeving wil je als reiziger niet graag zijn. Daarom hebben de architecten Peter Kilsdonk (treinstation) en Sjoerd Soeters (busstation) alle zeilen bijgezet om van dat overdekte woud van kolommen een positieve belevenis te maken. Doorzichten, lichte kleuren, kleuraccenten, kleurpatronen, dag- en kunstlicht zijn ingezet om sfeer en richting te geven aan de wereld onder het viaduct. Uitsneden in het plafond zorgen voor daglichtinval op het maaiveld en bieden een dynamisch perspectief op de perrons. Zo zie je als reiziger waar je heen moet en waar je vandaan komt. Witte tinten voor vloeren en plafonds in combinatie met effectvolle belichting zorgen voor een rustige lichte basis, en geven de bezoeker van de stationshal een gevoel van hoogte. De volledig transparante entrees richten de blik op de verlichte stationshal: de centrale ruimte waar de reiziger informatie, commercie, wacht- en ontmoetingsplekken vindt. De kleurrijke mozaïektegels tegen de kolommen verlevendigen niet alleen, maar geven ook richting aan de ruimte onder het viaduct. Het patroon van primaire kleuren toont de reiziger namelijk waar hij is en hoe hij het beste kan lopen. Zo zetten de kleuren je in beweging: volg de kolommen met rode tegels en je komt in de stationshal.

Gebouw zonder gevels

Die kleurenpracht maakt de wereld onder het viaduct aangenaam. Maar daarmee heeft station Almere Centrum nog geen duidelijk gezicht naar de omgeving. Dat valt ook niet mee want rond het Stationsplein zijn de gecombineerde winkel-, kantoor- en woonblokken direct voor het station geplaatst. Toch is het station geenszins naar de achtergrond verdrongen. Sterker nog, op een hoger niveau treedt het gebouw juist letterlijk en opvallend naar voren door middel van de overkapping boven een deel van het voorplein. Het signaalrood geschilderde ruimtevakwerk en de gewafelde glazen luifel geven het station een markant gezicht in de stad: een herkenbare blikvanger. Ook in ruimtelijk opzicht zijn het station en de stad op elkaar betrokken. Zo is de luifel van het station in vereenvoudigde vorm boven de winkels voortgezet en is – in tegengestelde richting - de winkelstraat als stationspassage doorgetrokken. De bezoeker loopt als het ware vanzelf in de goede richting. Het station, en dan vooral de overkapping is kortom de climax van een architectonisch en ruimtelijk geënsceneerd stadsbeeld.

Constructie esthetiek

Bij vluchtige aanschouwing van die kap zien we uitsluitend een rood geschilderd vakwerk van in elkaar geschroefde stalen buizen en bollen. Als we langer kijken zien we tevens blauw geschilderde hemelwaterafvoeren, een stelsel van wit geschilderde leidingen, een patroon van groen geschilderde speakers en lampen, alsmede zwart geschilderde liggers voor de informatieborden. Deze felle kleuren kregen in Almere Centrum een prominente plek in het architectuurbeeld als reactie op het gedateerde bruin-oranje idioom van bijvoorbeeld de tien jaar eerder gebouwde haltes aan de Zoetermeerlijn. Omdat elk stelsel een eigen kleur heeft, zijn de samenstellende onderdelen afzonderlijk leesbaar en herkenbaar. Dat principe is kenmerkend voor de zogeheten High Tech architectuur en ook elders op station Almere Centrum terug te vinden. Zo zijn alle bouwsels onder het viaduct zoveel mogelijk los gehouden van de kolomconstructie en geaccentueerd door de kleur blauw. In aanvulling daarop vormen rode stroken onder het plafond aanduidingen voor de entrees. Door het kleurgebruik weet je zo als reiziger altijd waar je moet zijn. Door zijn constructieve helderheid, kleurrijke expressie en ruimtelijke vervlechting met de stad markeert station Almere Centrum een hoogtepunt in de naoorlogse stationsarchitectuur: een icoon om te koesteren!