Beleid

Algemeen

Voor wie is het Spoorbeeld bedoeld?

Het Spoorbeeld denkt vanuit de reizigers en de omgeving en is bedoeld voor alle partijen die een bijdrage leveren aan de identiteit van het spoor.

Het Spoorbeeld is opgesteld voor alle bij het spoor en de spooromgeving betrokken partijen: van de spoorpartners ProRail en NS, stationseigenaren, opdrachtgevers, exploitanten, vervoerders en concessiehouders tot ontwerpers, gebruikers en overheden. Het daagt al deze spoorse partijen uit om vanuit het perspectief van reizigers en omgeving met zorg en ambitie aan de opgaven op en rond het spoor te werken. 

Wat is het spoorbeeld?

Het Spoorbeeld is het ontwerp- en vormgevingsbeleid van het spoor.

Het Spoorbeeld beschrijft het ontwerp- en vormgevingsbeleid van de spoorsector. Opgesteld vanuit het perspectief van de reiziger en de omgeving, presenteert het de algemene, dragende visies, kaders en vormgevingsprincipes die betrekking hebben op de beleving van en omgang met het spoor. Het Spoorbeeld heeft oog voor de gehele route: de ervaring van de reis, de transfer en het verblijf op en rond het station en het spoor. Het Spoorbeeld stimuleert het besef dat iedere opgave onderdeel is van een groter geheel. Door een consequente toepassing zorgt het voor overzicht en gebruiksgemak. Zo groeit het gevoel van vertrouwen, comfort en veiligheid bij de reizigers en blijft het spoor begrijpelijk en toegankelijk voor iedereen. 

Wat doet het Spoorbeeld?

Het Spoorbeeld inspireert, geeft richting en legt kaders en ontwerpprincipes vast.

Het Spoorbeeld inspireert, geeft richting en legt kaders en ontwerpprincipes vast. Ook dient het als toetsingskader en briefingdocument. Het verbindt de verschillende schaalniveaus, laat de raakvlakken tussen de verschillende onderdelen van het spoor zien en stuurt op samenhang en ordening bij alle ontwerpopgaven op en rond het spoor: van groot naar klein. Dit gebeurt op het niveau van de gehele route: van het station en de stationsomgeving tot het spoor, de spooromgeving en de trein zelf. In een dynamische, steeds veranderende omgeving zorgt dit voor eenduidigheid, herkenbaarheid en leesbaarheid.

Waarom een Spoorbeeld?

Reizigers en spoorpartijen hebben behoefte aan een herkenbare identiteit van het spoor. Het Spoorbeeld zorgt hiervoor.

Het Spoorbeeld speelt in op de steeds veranderde wensen en behoeften van onze reizigers. Bovendien is het een antwoord op een belangrijke behoefte van de spoorsector: een breed gedragen visie op de kwaliteit van het spoor als geheel. Het Spoorbeeld zorgt hiervoor. Het maakt het mogelijk om eenheid in de verscheidenheid te ervaren. Zo wordt de integrale kwaliteit van het spoor gewaarborgd en ontstaat een herkenbare basis van waaruit alle partijen binnen het spoor de ruimte hebben om zich verder te profileren.

Waarvoor wordt het gebruikt?

Het Spoorbeeld wordt gebruikt voor begeleiding, de ontwikkeling van beleid, advies en toetsing.

Het Spoorbeeld wordt ingezet bij de ontwikkeling van beleid, bij het opstellen van spoorbeeldparagrafen en briefingdocumenten, bij de voorbereiding en uitvoering van projecten en programma’s en bij het beheer van het spoor. Ook dient het als inspiratiebron en als basis voor (de ontwikkeling van) ondersteunende werkmethoden: van opgaveformuleringen, cultuurhistorisch onderzoek en waardestellingen tot contractvorming en ontwerperselecties. Het wordt gebruikt als basis voor begeleiding, overleg en advies aan opdrachtgevers, ontwerpers en andere betrokkenen gedurende de ontwerpfasen. Ook stimuleert het Spoorbeeld de dialoog tussen spoor- en omgevingspartijen bij ontwikkelingen op en rond station en spoor.

Hoe is het Spoorbeeld opgebouwd?

Het Spoorbeeld onderscheidt vijf routeonderdelen en beschrijft per routeonderdeel de relevantie deelvisies, kaders en ontwerpprincipes.

Het Spoorbeeld duidt de spoorbeeldkernwaarden en omschrijft de algemene ontwerpprincipes van het spoor. Ze worden vertaald naar visies, kaders en ontwerprichtlijnen. Opgavegericht, projectgericht of op thema zorgen deze voor de implementatie van het Spoorbeeld in de praktijk. De uitwerking vindt plaats binnen de routeonderdelen; samen omvatten deze de gehele reiservaring: station en stationsomgeving, spoor en spooromgeving en de trein. Per routeonderdeel wordt doorverwezen naar de relevante visies, kaders en ontwerpprincipes en wordt aandacht besteed aan de raakvlakken met de andere routeonderdelen.

Conform Spoorbeeld

Conform Spoorbeeld zijn de deelvisies, kaders en ontwerpprincipes die passen binnen de algemene visie en uitgangspunten van het Spoorbeeld.

Als beheerder en ontwikkelaar van het Spoorbeeld, heeft Bureau Spoor­bouwmeester een belangrijke rol in het up-to-date houden van het ontwerp- en vormgevingsbeleid van de spoorsector. Daarnaast kunnen ook andere spoorse partijen, al dan niet in samenwerking met Bureau Spoor­bouwmeester, op het niveau van visies, kaders en ontwerpprincipes tot nadere uitwerkingen van het Spoorbeeld komen. Na toetsing en vaststelling door Bureau Spoor­bouwmeester en de directies van ProRail en NS kunnen ze het predicaat Conform Spoorbeeld krijgen. Conform Spoorbeeld zijn die visies, kaders en ontwerpprincipes die passen binnen de algemene visie en uitgangspunten van het Spoorbeeld en hier opgavegericht of thematisch nader uitwerking aan geven. 

Hoe blijft het Spoorbeeld actueel?

Het Spoorbeeld blijft actueel door periodieke updates en overleg tussen de spoorpartijen en Bureau Spoor­bouwmeester.

Periodiek vindt een Spoorbeeldoverleg plaats tussen NS, ProRail en Bureau Spoor­bouwmeester. Op basis van praktijkervaringen en nieuwe inzichten is dit het moment waarop besloten wordt tot updates, eventuele aanvullingen en aanscherpingen van het Spoorbeeld. Bovendien wordt hier formeel bepaald welke documenten al dan niet het stempel Conform Spoorbeeld krijgen. Op grond van de uitkomsten wordt het Spoorbeeld periodiek doorlopen en wanneer nodig geactualiseerd.

De status van het Spoorbeeld

Alle visies, kaders en ontwerpuitgangspunten van het Spoorbeeld zijn vastgesteld door de directies van ProRail en NS.

Het Spoorbeeld is vastgesteld door de directies van ProRail en NS. Daaronder vallen alle visies, deelvisies, kaders en ontwerpprincipes die via deze Spoorbeeldwebsite benoemd en ontsloten worden. Uitzondering vormen visies die nog in ontwikkeling zijn. Zij zijn als zodanig gemarkeerd. Een andere  uitzondering vormt het Spoorbeeld onderdeel 'Inspiratie'. Op deze plek worden inspirerende projecten, analyses en mogelijk toekomstig beleid gedeeld. Ook biedt Inspiratie toegang tot de studies en documenten die van invloed zijn geweest op het formuleren van het Spoorbeeld. Formeel maakt Inspiratie geen onderdeel uit van het ontwerp- en vormgevingsbeleid.

Spooridentiteit

De cultuur van het reizen

Het Spoorbeeld heeft aandacht voor het spoor als publieke ruimte, de culturele opgave van het spoor, de relatie tussen spoor en omgeving en de rijke geschiedenis.

Op en rond het spoor vinden van oudsher talloze ontmoetingen plaats; tussen het spoor, het station, de stad en het landschap en natuurlijk ook tussen reizigers onderling. Al deze ontmoetingen tezamen zijn van invloed op de identiteit van het spoor. Ze maken het spoor sociaal, cultureel en ruimtelijk tot een bijzondere plek met een heel eigen traditie. Het Spoorbeeld heeft veel aandacht voor het spoor als publieke ruimte, de culturele opgave van het spoor, de relatie tussen het spoor en de omgeving en de rijke geschiedenis. In een dynamische, steeds veranderende omgeving zorgt het Spoorbeeld voor eenduidigheid, herkenbaarheid, samenhang en leesbaarheid.

Traditioneel zijn het trein- en productdesign, de stationsarchitectuur en de inpassing van spoor en station in de omgeving bepalend voor de spooridentiteit. Het Spoorbeeld verankert deze traditie. Om dat goed te kunnen doen heeft het Spoorbeeld oog voor de ontwikkelingskansen op en rond het spoor. Zo ontstaan aanknopingspunten voor verdere ontwikkeling en behouden we de kenmerkende eigenschappen die door reizigers en spoorsector zo worden gewaardeerd. 

Integraal: diverse schaalniveaus

Het Spoorbeeld stimuleert het besef dat iedere opgave onderdeel is van een groter geheel. 

Het Spoorbeeld legt verbanden tussen de verschillende schaalniveaus en disciplines binnen alle routeonderdelen van het spoor. Het stimuleert een integrale aanpak van ontwerpopgaven: van architectuur en stedenbouw, industrieel ontwerp, grafische vormgeving en merkidentiteit tot monumenten en kunst. Het Spoorbeeld laat zien dat geen enkele opgave op zichzelf staat maar onderdeel is van een bredere context. Werken vanuit het Spoorbeeld betekent dat er op ieder niveau naar relaties wordt gezocht. Met een groeiende diversiteit aan producten, diensten en aanbieders zorgt dit voor een helder totaalproduct met integrale kwaliteit en samenhang.

Routedenken

Vanuit het routedenken heeft het Spoorbeeld aandacht voor de opeenvolging van ervaringen en ruimten die zo eigen zijn voor de reis.

De voorbereiding van de reis, het vervoer van en naar het station, het gebruik van het station en het verblijf in de trein: alle zijn van invloed op de reisbeleving. Om de beleving zo optimaal mogelijk te maken, is afstemming tussen de verschillende onderdelen van de reis gewenst, bijvoorbeeld in het aanbod van reisinformatie en voorzieningen, maar ook in de ervaring van de gehele reisomgeving. Daarom staat binnen het Spoorbeeld naast de plek ook de beweging en ervaring van de route centraal, zowel vanuit het perspectief van de reiziger als dat van de omgeving. Op basis van dit routedenken is het Spoorbeeld georganiseerd in vijf routeonderdelen: station, stationsomgeving, spoor, spooromgeving en de trein. Daarmee omvat het Spoorbeeld alle spoorgerelateerde objecten, structuren en gebouwen – en hun context – die van invloed zijn op de ervaring van de reiziger en de omgeving.

Raakvlakken tussen routeonderdelen

Routeonderdelen gaan in elkaar over en staan nooit op zichzelf.

De grenzen tussen de routeonderdelen zijn niet hard. Ze gaan in elkaar over en hebben verband met elkaar. De routeonderdelen maken deel uit van de ervaring van de hele reis. Voor de verschillende ontwerpopgaven – van klein tot groot – betekent dit dat ze nooit op zichzelf staan. Alle opgaven zijn zich bewust van hun positie in de route en de raakvlakken met de andere routeonderdelen. Voor alle betrokken partijen betekent dit dat ze zich niet alleen verdiepen in de opgave an sich, maar zich ook laten inspireren door de aanpalende routeonderdelen. Hoewel de ontwerpende aandacht van het Spoorbeeld in eerste instantie op het spoor gericht is, heeft het Spoorbeeld daarbij ook aandacht voor het voor- en natransport. Daar waar er raakvlakken met het voor- en natransport zijn, worden deze benoemd en in kaders uitgewerkt.

De gewenste ervaring: vier kernwaarden

De kernwaarden vormen het hart van het Spoorbeeld. Samen zorgen ze voor een aantrekkelijke reisomgeving en comfort voor de reiziger.

Het Spoorbeeld zorgt voor reisplezier, comfort en een goede oriëntatie in een vertrouwenwekkende omgeving. Hierbij hanteert het Spoorbeeld de kernwaarden toegankelijk, menselijk, vertrouwd en karakteristiek. Samen vormen ze het hart van het Spoorbeeld. Als de sturende en meest kenmerkende eigenschappen, zijn ze het ijkpunt voor de uitstraling en ervaring van het spoor. Consequent toegepast en in samenhang met de bestaande richtlijnen en regelgeving leggen ze de basis voor een aantrekkelijke reisomgeving met een duurzame kwaliteit.

Toegankelijk

Het spoor is een publieke voorziening. Daarom is het uitnodigend en laagdrempelig van aard. Om de reis zo goed mogelijk te laten verlopen, is de hele spooromgeving overzichtelijk en makkelijk te begrijpen, inclusief alle middelen en voorzieningen om te kunnen reizen. Dit zorgt voor optimaal gebruiksgemak.

Menselijk

Het spoor is er voor iedereen. Alle reizigers kunnen zich er makkelijk en zelfstandig bewegen. Een menselijke maat zorgt voor een prettig en veilig gevoel. Ook het gebruik van middelen en voorzieningen is eenvoudig. Het spoor anticipeert op de wensen en behoeften van de verschillende soorten reizigers, zowel tijdens de reis als tijdens het verblijf op en rond het station. Hierdoor voelen reizigers zich gewaardeerd, thuis en welkom.

Vertrouwd

Het spoor geeft reizigers vertrouwen, ook in een voor hun (nog) vreemde omgeving. Het biedt herkenning en alles wat mensen nodig hebben om per trein te kunnen reizen.

Karakteristiek

Het spoor geeft ruimte aan eigenheid, verrassing en tijdelijke impulsen. Het laat zich inspireren door de plek, de omgeving en de gebruikers van het station. Karakteristiek zijn de omgeving van het spoor (architectuur, stedelijk interieur, stad en landschap) en de elementen daarbinnen die de plek een lokaal, regionaal en nationaal herkenbare, eigen identiteit geven.

Generiek en specifiek

De begrippen generiek en specifiek zorgen voor een goede verhouding tussen eenheid en verscheidenheid. Daardoor blijft het spoor herkenbaar voor iedereen.

Het Spoorbeeld maakt onderscheid tussen generieke en specifieke onderdelen. Zo ontstaat duidelijkheid over plekken waar de algemene vormgeving, beeldtaal en inrichtingsprincipes essentieel zijn en plekken waar ruimte is voor een eigen aanpak. Daarmee wordt het mogelijk om op het spoor eenheid in de verscheidenheid te ervaren.

Generiek

Onder generiek vallen die objecten en elementen die mensen nodig hebben om per trein te kunnen reizen: van bewegwijzering tot een heldere indeling van stations. De gewenste ervaring wordt bereikt door het toepassen van generieke principes en richtlijnen voor ordening en vormgeving. De spoorbeeldkernwaarden en het perspectief van de reiziger vormen altijd het vertrekpunt.

Specifiek

Specifiek zijn die elementen in de spooromgeving die de plek en/of de route een eigen signatuur geven. Dan gaat het bijvoorbeeld om de wijze waarop het spoor het landschap doorsnijdt, de stedenbouwkundige inpassing van spoor en station in stad, dorp of wijk, het stedelijk interieur rond stations, de vormgeving van de stations zelf maar ook om de bruggen, tunnels, geluidsschermen en viaducten op de route. De gewenste ervaring wordt bereikt door maatwerk te leveren en in te spelen op de specifieke kenmerken van de omgeving.

Profilering van spoorpartijen

Binnen een herkenbare basis hebben de verschillende spoorpartijen de ruimte zich op eigen wijze te presenteren.

Het Spoorbeeld zorgt voor een herkenbare basis waarbinnen alle betrokken partijen de ruimte krijgen om zich verder te profileren of presenteren. Dan gaat het bijvoorbeeld om dienstverleners, concessiehouders, vervoerders en retailers. Binnen hun eigen domein presenteren zij zich met hun eigen huisstijl. Alleen daar waar het eigen domein en de neutrale spooromgeving elkaar raken, is sprake van kaderstellende eisen ten aanzien van de vormgeving van toepassing.

Algemene ontwerpprincipes

Door de consequente toepassing van de algemene ontwerpprincipes, ontstaat overal een begrijpelijke beeldtaal voor alle reizigers.

Het Spoorbeeld bevat algemene ontwerpprincipes die, met uitzondering van de trein zelf, opgaan voor alle ontwerpopgaven op en rond het spoor. Het consequent toepassen van deze principes draagt bij aan de identiteit van het spoor. De algemene ontwerpprincipes vloeien voort uit de spoorbeeldkernwaarden. Voor de generieke ontwerpopgaven gelden nog aanvullende principes.

Maatsysteem

Een consequente maatvoering – zoals functionele hoogtematen en zoneringen – is op haltes en stations bepalend voor een eenduidig beeld. Dit principe is vastgelegd in een modulair maatsysteem. Hierin worden relaties gelegd tussen object en ruimte. Ook ordent het systeem de verschillende elementen. Het maatsysteem sluit aan op bestaande regelgeving en is op stations bedoeld voor de inrichting(selementen) van de transferruimte en het perron en de wisselwerking met de architectuur. Door de elementen goed te ordenen en in te passen, ontstaan bijvoorbeeld zones voor verlichting, bewegwijzering, camera’s en informatie. Door het toelaatbare aantal elementen te omschrijven en de gewenste transparantie vast te leggen, zorgt het systeem ook voor de gewenste ‘leegte’ en openheid van de ruimte.

Het overzicht stationsobjecten geeft inzicht in de samenhang en relatie tussen de verschillende families van stationsobjecten. Het overzicht is een hulpmiddel bij afstemming en samenwerking tussen de verschillende stationspartijen. Het overzicht maakt naast opbouw, informatiestructuur, vormgeving, maatvoering, kleuren en materialen ook inzichtelijk wie de eigenaar van het object is en binnen welke regelgeving en/of 'familie' de objecten vallen. De objecten zijn voor uiteenlopende doeleinden ontworpen, maar moeten voor de reiziger immers één samenhangend geheel vormen.

 

Transparantie

De eisen voor transparantie zijn vooral gebaseerd op aspecten rond sociale veiligheid in de openbare ruimte en de vertaling daarvan naar concrete zichtaspecten. De mate van transparantie is afhankelijk van de plaats van het object op het perron, het soort interactie bij/met het object en de eventuele aanwezigheid van personeel. Als interacties met het object gelden het naderen van een object, het passeren van een object, het om de hoek lopen bij een object, het betreden van en verblijven in een (wacht)ruimte en het gebruiken van een voorziening/apparaat.

Ontwerpprincipes voor generieke elementen en productdesign

De generieke opgaven rond het spoor voldoen aan vaste principes aangaande vorm, stijl, kleur en typografie. Zo zijn ze overal en ongeacht de context herkenbaar.

Naast de algemene ontwerpprincipes bevat het Spoorbeeld speciale ontwerpprincipes ten behoeve van de generieke opgaven op en rond het spoor zoals meubilair, bewegwijzering en panelen met routeinformatie. Door het consequent toepassen van deze principes ontstaat voor de reizigers een begrijpelijke beeldtaal. De ontwerpprincipes vloeien voort uit de spoorbeeldkernwaarden. Ze hebben betrekking op vormentaal, kleur, stijl en typografie.

Vormentaal

De wijze waarin een generiek product zich presenteert, draagt bij aan de gewenste identiteit en herkenbaarheid van de productfamilie. Een zuivere toepassing van de vormentaal helpt om een herkenbaar beeld te realiseren. De vormentaal sluit direct aan bij de kernwaarden. De vormentaal van het Spoorbeeld is vastgelegd voor tweedimensionale en driedimensionale objecten. De vormentaalbouwstenen voor architectuur en industrieel ontwerp (3D) zijn vorm, vormovergang en textuur. De vormentaalbouwstenen voor grafische vormgeving (2D) zijn vorm, typografie en patroon. Belangrijkste vormkenmerken zijn de presenterende en de ontvangende vorm. Daar waar een product of dienst aan de reiziger wordt aangeboden, wordt de presenterende vormentaal gebruikt. Waar de reiziger gebruik maakt van een product of dienst en daar waar de reiziger privacy en beschutting nodig heeft, wordt de ontvangende vormentaal gebruikt.

Stijl

De stijl van een product is mede bepalend voor de identiteit en is belangrijk voor het creëren van herkenbaarheid als productfamilie. De uniforme stijl komt direct voort uit een zuivere toepassing van de vormentaal en wordt zichtbaar gemaakt met behulp van moodboards. Hierdoor wordt de kans op conflict in onderlinge samenhang geminimaliseerd. Een van de bepalende factoren voor het creëren en behouden van een consistente, kwalitatief hoogwaardige stijl is de door Bureau Spoor­bouwmeester begeleide keuze van het ontwerpbureau.

Kleur

Om kleur te geven aan gebouwen, stations, stationsinrichting en materieel wordt gebruikgemaakt van het Spoorbeeldkleurensysteem, een beheersbaar aantal Natural Color System-kleuren (NCS) en natuurlijke materialen. De keuze en toepassing van de kleuren zijn afhankelijk van het toepassingsgebied. Daarbij zijn er exclusieve kleuren voor de profilering vervoerders, veiligheidskleuren en informatie-kleuren.

Typografie

Alle stationsinformatie – van reis- en route-informatie tot reglementen, instructies en stationsigning –wordt uitgevoerd in de NS Sign/ Richtlijnen voor lay-out en typografie en zijn vastgelegd in handboeken als het Handboek voor bewegwijzering, Info plus, de Visie SITS, Stations­concept in Tijdelijke Situatie en NS Retailbeeld.

Kunst bij het spoor

Kunst is bij uitstek een medium om de (reis)ervaring te intensiveren en reizigers bewust te maken van hun omgeving en van elkaar. Kunst versterkt de beleving van beide werelden. Bovendien kan het een brug slaan tussen verschillende ruimten en omgevingen en geeft het een nieuwe invulling aan de traditie van spooriconografie, ambacht en de thematiek van het reizen die zo eigen is aan het spoor. Zo kan kunst de spooridentiteit en de belevingswaarde van het spoor intensiveren. Kunst neemt een bijzondere positie in binnen het Spoor: het begeeft zich niet op het niveau van merkidentiteit of op het niveau van de grote ruimtelijke opgaven. Het zit daar ergens tussenin. Juist door die ‘vrije’ positie die eigen is aan kunst, wordt de culturele lading van het spoor zichtbaar en beleefbaar, als volwaardige kwaliteitsimpuls.

Rol en doel

Binnen het Spoorbeeld speelt het vergroten van de belevingswaarde van het spoor een belangrijke rol. Naast ontwerp en vormgeving geeft kunst daar een extra dimensie aan. Bovendien kunnen kunsttoepassingen imago, identiteit en elan van de spoorsector als geheel versterken. Het doel van een visie op kunst als onderdeel van het Spoorbeeld is om de culturele dimensie van het spoor inzichtelijk te maken en deze door middel van nieuwe kunstopdrachten tot uitdrukking te brengen. Tevens stimuleert visie op kunst de praktijk van cultureel opdrachtgeverschap binnen het spoor en dient het als basis voor de uitvoering van kunstbeleid bij het spoor in de praktijk.

De aard van kunst bij het spoor

Kunst zorgt voor inspiratie en kijkplezier. Kunst bij het spoor is toegankelijk maar niet oppervlakkig. Het heeft de potentie om het alledaagse leven rondom het spoor met optimisme en reflectie te versterken, door krachtig en kritisch ruimtes in betekenisvolle plekken te transformeren. Geïntegreerd waar wenselijk en mogelijk. Autonoom, maar nooit zonder rekenschap te geven van context en omgeving. Kunst bij het spoor fungeert als een uitnodiging aan reizigers en passanten om het onbekende, het andere in een vertrouwde omgeving te ervaren. Tegelijkertijd benadrukt het de eigenheid van de spooromgeving. Kunst verleidt en nodigt uit tot openbaarheid en wederzijdse betrokkenheid.

Spoorbrede toepassing

Kunst en het spoor hebben een rijke gezamenlijke geschiedenis. Dan gaat het bijvoorbeeld om de traditie van kunst in de trein, stationsdecoratie, stationsiconografie en herdenkingsmonumenten. Deze traditie vormt de basis voor een hernieuwde belangstelling voor de waarde van kunst bij het spoor. Het Spoorbeeld positioneert het spoor daarbij als culturele opgave. Kunst kan hier samen met de andere ontwerpdisciplines integraal invulling aan geven. Passend bij de ambities van het Spoorbeeld en het routedenken is het nu tijd om kunst ‘spoorbreed’ tot te passen. Het aandachtsgebied beperkt zich niet tot de coupé, het station of het plein. De hele reis en de ervaring van de reiziger kan onderwerp zijn. Door kunst op strategische plekken op de route te realiseren wordt de culturele component van de reiservaring versterkt. Het kan overgangen inzichtelijk maken tussen ruimten en plekken.

De realisatie van kunst kan volgen uit een zelfstandige opdracht. maar het ligt juist ook voor de hand om kunst onderdeel van projecten uit te laten maken: bij het ontwerp en de inrichting van station en stationsomgeving, spoor en spooromgeving of trein, al dan niet autonoom, toegepast of geïntegreerd. Kunst kan ook in een lichtere vorm worden ingezet als sfeerimpuls die bijdraagt aan een hogere waardering van stations en perrons: niet voor de eeuwigheid bedoeld, maar variërend van seizoenen tot voor enkele jaren, en tegelijkertijd voor die periode de plek verbijzonderend.

Kunstwaarden en thema’s

Op basis van de traditie en de actuele opgave zijn waarden en thematische vertrekpunten benoemd die kunst positioneren in de spooromgeving. Vertaald naar de Spoorbeeld kernwaarden valt kunst eerder onder het karakteristieke dan onder het vertrouwde. Daarbij kan kunst verbeelden, versterken, verbinden en verstoren. Aan de hand van deze vier kunstwaarden maakt kunst de culturele lading van het spoor zichtbaar en beleefbaar. Bij het formuleren van de opgave worden aan het spoor verwante thema’s als vertrekpunt gekozen die zowel aan de historie en de toekomst verbonden kunnen zijn. Het gaat om thema’s als reizen, snelheid, stilstaan – bewegen, wachten – verblijven, lokaal - globaal, netwerk, industrieel, ambacht, gastvrijheid – ontvangen en spooriconografie. Kunstwaarden en thema’s kunnen samen de culturele lading nog beter zichtbaar en beleefbaar en openbaar maken.

De methodiek

Om de Spoorbeeld kunstvisie op een goede manier in de praktijk te brengen is een methodiek beschikbaar. Deze omvat onder meer een handreiking om de vier kunstwaarden en de thematische vertrekpunten te vertalen naar een kunstopgave. Aangezien de omgeving waar kunst gerealiseerd kan worden varieert van een treininterieur tot een plein of het landschap, hanteert het Spoorbeeld vijf toepassingsniveaus: stationsgebouw, stationsomgeving, spoorweginfrastructuur, landschap en trein. Deze toepassingsniveaus haken aan de op routeonderdelen van het Spoorbeeld. Ook worden vier uitvoeringstypen geduid: nieuwe media en nieuwe technieken, toegepast / geïntegreerd, visueel / esthetisch en performatief / sociaal-maatschappelijk. Deze typen dienen als hulpmiddel bij vragen als: welk medium kies je voor welke opdracht en welke kunstenaar past daarbij?

Het sturingsinstrument vormt als het ware de gereedschapskist waaruit geput kan worden bij het opstellen van kunstopdrachten bij het spoor. Daarbij wordt aangegeven welke aspecten een rol spelen bij de opdrachtverstrekking, ontwikkeling en beheer van kunst. Het is geschikt als basis voor verschillende opdrachtgeversconstructies: van percentageregeling tot publiek-private samenwerkingen en coalities tussen spoorpartijen en overheid. Als een goed werkbaar, helder en meetbaar instrument kunnen met behulp van het instrument duidelijke keuzes gemaakt worden in het type kunstwerken dat de opdrachtgevers gerealiseerd willen zien.