Gebied Naardermeer - Foto: Rob 't Hart

Trein

Definitie en opgave trein

De trein

Nederland kent drie treincategorieën die zich vertalen naar internationale/lange afstands-, nationale/intercity en regionale treinproductformules met een bijbehorende vormgeving van het treinmaterieel en het interieur.

De opgave

De opgave is om – onafhankelijk van concessiehouder en vervoerder – binnen het gehele netwerk algemene, generieke kenmerken te hanteren en uiting te geven aan de raakvlakken tussen trein en station. Dit maakt het reizen per trein vertrouwd en zorgt voor herkenbaarheid van de treinproductformules, ongeacht de verschillen in vormgeving, materieel en interieur per aanbieder. De algemene, generieke kenmerken hangen samen met de productformule en spelen in op de gemiddelde verblijfs- en reisduur per formule.

Algemene visie trein

Een algemene visie op de trein is een nieuw onderwerp binnen het Spoorbeeld. De visie inspireert tot de ontwikkeling van een overkoepelende productformule voor de trein. Als vertrekpunt dient de ervaring van de reiziger. De visie gaat in op de raakvlakken tussen het station en de vormgeving en voorzieningen in treinen. Dan gaat het om een onderlinge afstemming van informatievoorziening en het borgen van goede oriëntatie- en navigatiemogelijkheden. Verder spelen de toegankelijkheid van de trein en het station en perron een rol, evenals de kwaliteit van het verblijf en de diverse activiteiten en voorzieningen die met het verblijf samenhangen: zitten en staan, kijken, samen reizen, eten en drinken, kopen, diensten en service verlenen, aanvullende informatie en sanitair. Doel van de visie is om de vormgeving en uitstraling van de verschillende treincategorieën in overeenstemming te brengen met de tijd die reizigers in de trein doorbrengen en de daarbij horende behoeften van die reizigers.

Beleving in de trein

Een groot deel van de reiservaring wordt bepaald door de treinreis zelf. Dat maakt de trein tot een belangrijke factor binnen de beleving van het spoor. Dan gaat het bijvoorbeeld om het comfort en de kwaliteit van het compartiment als verblijfsruimte, de geboden voorzieningen, de beschikbare informatie in de trein en de herkenbaarheid van de trein op het perron. Ook de gemiddelde reisduur van het reizen per regionale trein, nationale/intercitytrein of internationale/langeafstandstrein is van invloed op de beleving. Hier ligt bovendien een directe relatie met de behoefte aan toegankelijkheid, informatie en verblijfsvoorzieningen. Daarnaast spelen natuurlijk ook andere aspecten een rol; zaken die wellicht niet direct het ontwerp betreffen maar zeker van invloed zijn. Zo hangt de kwaliteit van het totaalproduct ook af van de houding, het gedrag en de handelingen van zowel de reizigers als het personeel.

Het intelligent verbinden van uniforme gebruikswensen met het trein- en materieeltype en de verschillende soorten reizigers vergroot het algemene belevingsniveau. Ook kan de trein een belangrijke bijdrage leveren aan de unieke ervaring van het omliggende landschap, alleen al door goed ten opzichte van elkaar geplaatste banken en ramen. Vertaald naar de ontwerpopgave spelen hier vier opeenvolgende lagen een rol:

Basiskwaliteit voor alle treinen

De basiskwaliteit benoemt die zaken waaraan alle treinen voldoen om aangenaam te kunnen reizen. Als een ‘overkoepelende productformule’ zorgt de basiskwaliteit vanuit kwaliteitsambitie en identiteit van het spoor voor een gevoel van vertrouwen en herkenning.

Herkenbare treinproductformules

De treinproductformules voegen hier algemene, generieke kenmerken aan toe die zorgen voor de herkenbaarheid van de betreffende formule. Ook spelen ze in op het gebruik en verblijf in de trein, passend bij de gemiddelde reisduur van de productformule. Het gaat dan om zowel interieur als exterieur. Het exterieurontwerp (waaronder vorm, kleurgebruik en de toepassingen van uitingen) heeft invloed op de herkenbaarheid en begrijpelijkheid van de treinproductformule.

Profilering vervoerders en concessieverleners

Vervolgens is er voor vervoerders en concessieverleners ruimte voor een verdere profilering. Het is van belang dat de aanbieder van de treindienst herkenbaar en benaderbaar is voor de reiziger, ook met het oog op de OV-chipcard en poortjes. Daarvoor wordt de merkidentiteit voor het specifieke vervoersnet of de specifieke vervoerslijn ingevuld door de concessieverlener, al dan niet gecombineerd met de merkidentiteit van de vervoerder.

Specifiek karakter treinen

Aan een voertuig kan een eigen karakter gegeven worden, al dan niet gekoppeld aan een spoorlijn of het netwerk dat de trein berijdt. Dat kan bijvoorbeeld met specifieke producteigenschappen en een karakteristiek vormgevingsconcept voor het interieur en/of exterieur, comfortverhogende maatregelen en door de toepassing van kunst. Afgestemd op de verblijfsduur in de trein kan zo verder invulling gegeven worden aan het aangenaam reizen.

Thema’s voor de trein

De ontwerpopgave voor de trein kan op thematisch vlak verder worden ingevuld. Het gaat hier om thema’s die kenmerkend zijn aan het reizen per trein, ontwikkelingen die kansen bieden voor nu en de toekomst, alsook de rol en positie van de trein binnen de gehele route.

Het mobiele thuis zijn

Het faciliteren van het nieuwe reizen, waarbij de reis deel uitmaakt van de dagelijkse routine en de reiziger de verschillende routeonderdelen ziet als een mobiele vorm van thuis zijn, betekent voor de trein dat verblijfscondities niet alleen worden bepaald door het gemakkelijk van A naar B gaan, maar ook door de behoefte om het verblijf in de trein op eigen wijze in te vullen. De belevingscondities die passen bij dit ‘mobiele thuis zijn’ kunnen verder uitgewerkt worden in comfortstandaarden en in voorzieningen voor werk, contact, eten en drinken, ontspanning, inspiratie en vermaak. Een permanente toegang tot draadloos internet wordt dan bijvoorbeeld een basisvoorziening. Daarnaast zal het prettig kunnen eten en drinken belangrijker worden. Catering, bevoorrading, afvalverwerking, sanitaire voorzieningen in en rond de trein zullen daarop ingericht moeten worden. Het indelen naar uiteenlopende behoeften, zoals rust of reuring of het alleen of samen reizen, is eveneens logisch. Aangezien de verblijfsduur in de trein bepalend is voor wat men in die tijd kan doen en of men ook van de actieve reismodus in de verblijfsstand raakt, kan het ‘mobiele thuis zijn’ voor de drie treinsystemen een eigen uitwerking krijgen.

De trein in een keten van verplaatsingen

Reizen maakt een aanzienlijk deel uit van de tijdsbesteding van Nederlanders. Verplaatsingen zullen steeds vaker een samengesteld karakter krijgen waarbij de trein (slechts) een onderdeel is binnen de reisketen. Een hogere frequentie van regionale treinen en nationale/intercitytreinen op drukke routes zal in de nabije toekomst voor meer gemak, flexibiliteit en kortere overstaptijden gaan zorgen. Een goede koppeling tussen trein, eigen vervoer en (semi-) openbaar vervoer wordt daarmee steeds belangrijker. Het vraagt om een snelle, veilige en comfortabele overstap. De toegang tot actuele reisinformatie – op ieder moment en op elke locatie – is dan cruciaal voor het OV. Met de koppeling van systemen als dienstregeling, (verstorings-)informatie en beschikbaarheid van bijvoorbeeld parkeerplaats of zitplek, kunnen stappen gezet worden om te komen tot een reisadvies op maat, bijsturing, plaatsreservering en ticketing. De digitale technologie biedt daarvoor mogelijkheden.

Op dit moment gebruiken reizigers smart phones, tablets of laptops. Het informatieaanbod op het station en in de trein gaat ervan uit dat reizigers niet over deze middelen beschikken. Bovendien biedt het wel een compleet dienstregelingsoverzicht, maar is dat niet standaard beschikbaar voor andere modaliteiten. Hier is winst in te behalen. Wat de voortschrijdende technologische ontwikkeling rond mobiele toepassingen en smartphones zal gaan betekenen voor de wijze waarop reisinformatie en navigatiemiddelen in de toekomst offline en online worden ingezet, verdient nog nadere uitwerking. Voor het station wordt reeds een voorzet gedaan binnen de Visie op Informatie.

Samenhang trein en station

De samenhang tussen treinsoorten en stations is op zijn minst functioneel bepaald. Ten aanzien van toegankelijkheid, informatie en verblijfsvoorzieningen wordt gestreefd naar een consistente kwaliteit in de samenhang tussen stations(categorieën) en treincategorieën. Ordening naar voorzieningen in het station, in de trein of in beide, volgt uit de behoeften van reizigers gedurende de gehele reis.

Gewenste ervaring trein

Reizigers­perspectief

De reiziger ervaart de trein als een vervoermiddel waarmee men zich gemakkelijk kan verplaatsen. In de totale keten van verplaatsingen vormt het verblijf in de trein doorgaans een comfortabel rustpunt. De reiziger kan zich in de trein vrij bewegen. In de trein is er ruimte voor een – al dan niet passieve – ontmoeting met het steeds wisselende gezelschap van medepassagiers. Naargelang de duur van de reis en de omstandigheden kan men gebruik maken van internet, eten en drinken, denken, dromen, naar buiten kijken, uitrusten, praten en bellen. Naarmate de trein langere reizen mogelijk maakt en/of men langer in de trein verblijft, kan meer invulling worden gegeven aan de individuele behoeften zoals aan contact, avontuur en inspiratie, rust of zelfbevestiging. Reizigers ervaren de reistijd hierdoor als ‘eigen tijd’: een mobiele variant van thuis. Actuele reisinformatie en -advies maakt het onderweg wijzigen van de reis mogelijk: sneller, comfortabeler, rustiger en calamiteiten ontwijkend. Buiten de trein zorgt het langstrekkende landschap voor rust en afleiding.

Omgevings­perspectief

De ervaring van de trein vanuit de omgeving is doorgaans kortstondig: een trein in het landschap, bewegend met constante snelheid en in een rechte lijn of flauwe bocht. Het zorgt voor contrast en toont, zeker vanaf een afstand, de functie van de doorgaans niet of nauwelijks zichtbare, dunne spoorlijn door het landschap. Dichterbij, langs het spoor of bij een overgang, ervaart men, mede door het geluid van de passerende trein, de snelheid.

Kernwaarden trein

Voor de trein gelden de kernwaarden toegankelijk, menselijk, vertrouwd en karakteristiek.

Toegankelijk

De trein is een publieke voorziening. Daarom is hij uitnodigend en laagdrempelig van aard. De trein is goed toegankelijk en wat betreft middelen en (informatie)voorzieningen afgestemd op de wensen en behoeften van de reizigers. Dit zorgt voor optimaal gebruiksgemak.

Menselijk

De trein is er voor iedereen. Een menselijke maat zorgt voor een prettig en veilig gevoel. Ook het gebruik van middelen en voorzieningen is eenvoudig. Hierdoor voelt iedere reiziger zich thuis en welkom.

Vertrouwd

De trein geeft reizigers vertrouwen. Het biedt herkenning en alles wat reizigers nodig hebben om op een prettige manier per trein te kunnen reizen. Naast de merkprofilering vergroten generieke uitgangspunten voor de vormgeving van de drie treinproductformules het gebruiksgemak, de herkenbaarheid en de begrijpelijkheid van het reizen per trein. Deze generieke uitgangspunten betreffen de toegankelijkheid, de informatievoorziening en de verblijfskwaliteit van en in de trein.

Karakteristiek

In de trein is ruimte voor karakteristieke elementen die bijvoorbeeld kunnen aansluiten op het tracé of de route en natuurlijk op de wensen van de vervoerder/concessiehouder. Karakteristiek zijn onder meer het interieurconcept, service en marketingactiviteiten van de concessieverlener/vervoerder, infotainment en kunst.

Deelvisies trein

Kunst en de trein

Kunst is een belangrijk middel om de belevingswaarde en de identiteit van het spoor te versterken.

Kunst is bij uitstek een medium om de ervaring te intensiveren en reizigers bewust te maken van hun omgeving en van elkaar. Kunst versterkt de beleving van beide werelden. Bovendien kan het een brug slaan tussen verschillende ruimten en omgevingen en het geeft een nieuwe invulling aan de traditie van spooriconografie, ambacht en de thematiek van het reizen die zo eigen is aan het spoor. Zo kan kunst de spooridentiteit en de belevingswaarde van het spoor intensiveren. Kunst neemt een bijzondere positie in binnen het Spoor: het begeeft zich niet op het niveau van merkidentiteit of op het niveau van de grote ruimtelijke opgaven. Het zit daar ergens tussenin. Juist door die ‘vrije’ positie die zo eigen is aan kunst wordt de culturele lading van het spoor zichtbaar en beleefbaar, als volwaardige kwaliteitsimpuls.

Kunst en de trein gaan al lange tijd samen: van een reproductie uit het openbaar kunstbezit op de tussenwand tot kunst geïntegreerd in het interieur, meubilair of zelfs exterieur van de trein. Toegepaste kunst – kunst waarvan de opdrachtverlening plaatsvindt op basis van een definitief ontwerp van het treininterieur – behelst (autonome) kunst die aanhaakt op aangewezen posities voor interieurdelen in een al gereed interieurontwerp. Geïntegreerde kunst betreft een verregaande samenwerking tussen kunstenaar en interieurontwerper. Deze samenwerking begint in de conceptfase en komt naar voren in de ontwerpuitgangspunten en het interieurconcept. Een verdergaande vorm start met de inschakeling van kunstenaars in de voorlopig ontwerpfase van het treininterieur, bedoeld om met en/of in opdracht van ontwerpers bepaalde interieurdelen uit te werken. Bij totaalkunst wordt de gehele trein al vanaf de beginfase samen met een kunstenaar ontworpen.

Vanuit het routedenken kunnen vragen als ‘Waar reis je langs?’, ‘Welke gebieden worden doorkruist?’, ‘Wat is de bestemming?’, ‘Wat is de ruimte die wordt ingenomen?’, en ‘Wat is de sociale interactie binnen de trein?, tussen treinpassagiers of mensen in de omgeving aanleiding zijn voor een kunstwerk dat de fysieke ruimte van de trein zelf overstijgt.

Kaders trein

De ambitie ten aanzien van de trein is voorlopig alleen op visieniveau geformuleerd. Met concessieverleners en vervoerders zal nader overleg plaatsvinden over een gezamenlijke uitwerking van het vormgevingsbeleid voor de treinproductformules. Deze status maakt dat er voor de trein nog geen ontwerpkaders en -uitgangspunten voor treinen en treinproductformules zijn bepaald. Ook de algemene ontwerpprincipes van Spoorbeeld zijn niet van toepassing voor het ontwerp van treinen of treininterieurs.

Wat betreft mogelijke, toekomstige kaders kan gedacht worden aan de uitwerking van de treinproductformules en het nader benoemen van de raakvlakken met de stationscategorieën. In die uitwerking kan verder worden ingegaan op de generieke aspecten van treinen, gebaseerd op de gewenste ervaring en de functionaliteit passend bij de reisduur, op de profileringopties voor de concessieverlener of vervoerder en op de mogelijkheden voor een specifieke uitwerking per voertuig.

Ontwerpprincipes trein

De ambitie ten aanzien van de trein is voorlopig alleen op visieniveau geformuleerd. Met concessieverleners en vervoerders zal nader overleg plaatsvinden over een gezamenlijke uitwerking van het vormgevingsbeleid voor de treinproductformules. Deze status maakt dat er voor de trein nog geen ontwerpuitgangspunten voor treinen en treinproductformules zijn bepaald.